Uitvoeringsbesluit Wmo 2015

Huidige tekst

Artikel 5.4 Uitvoeringsbesluit Wmo 2015

Geldt sinds 1 juli 2024

  1. 1

    Bij verordening als bedoeld in artikel 2.6.6, eerste lid, van de wet wordt aandacht besteed aan de wijze waarop tariefdifferentiatie wordt bevorderd en wordt geregeld dat de prijs voor een dienst ten minste is gebaseerd op de volgende kostprijselementen: a.de kosten van de beroepskracht; b.redelijke overheadkosten; c.kosten voor niet productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg; d.reis en opleidingskosten; e.indexering van de prijs voor het leveren van een dienst; en f.overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen.

  2. 2

    Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de indexering, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e.

  3. 3

    Het eerste lid geldt voor een subsidie slechts voor zover zij wordt verstrekt voor het daadwerkelijk verrichten van diensten voor cliënten en met de subsidie wordt beoogd de te subsidiëren diensten volledig te bekostigen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2021:1452Hoge Raad, 8 oktober 2021 (civiel recht)

    Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Is art. 5.4 Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 van toepassing op de inkoop van zorg door een gemeente via een toelatingsprocedure als de onderhavige open…

  • ECLI:NL:PHR:2021:181Parket bij de Hoge Raad, 26 februari 2021 (civiel recht)

    Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Is art. 5.4 Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 van toepassing op de inkoop van zorg door een gemeente via een toelatingsprocedure als de onderhavige open…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:777Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 2 februari 2026 (aanbestedingsrecht)

    Kort geding. Het gaat in deze zaak om een inkoopprocedure voor ontwikkelingsgerichte arbeidsmatige dagbesteding. Dit is een voorziening die valt onder de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. De…

  • ECLI:NL:RBOBR:2025:4604Rechtbank Oost-Brabant, 21 juli 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Jeugdwet. Pgb-tarief. Het college heeft voor de hoogte van het pgb-uurtarief voor informele zorg op grond van de Jeugdwet kunnen aansluiten bij het wettelijk minimumloon.

  • ECLI:NL:RBOBR:2024:6648Rechtbank Oost-Brabant, 31 december 2024 (civiel recht)

    Aanbesteding WMO-diensten eenvoudige huishoudelijke hulp in open-house procedure; ; vaststelling te hanteren tarieven; onvoldoende onderzoek en onderbouwing van gehanteerde verzuimpercentage; geen…

  • ECLI:NL:RBMNE:2024:2797Rechtbank Midden-Nederland, 8 mei 2024 (verbintenissenrecht)

    Het geschil tussen partijen heeft betrekking op de lopende overeenkomst voor huishoudelijke hulp. Partijen verschillen van mening over de juistheid van de (indexatie van de) tarieven voor het jaar…

  • ECLI:NL:RBLIM:2022:8150Rechtbank Limburg, 20 oktober 2022 (civiel recht)

    Aanbestedingsrecht. Leger des Heils heeft niet aannemelijk gemaakt dat de gemeente in deze aanbestedingsprocedure onvoldoende transparant is geweest of zich niet heeft gehouden aan andere algemene…

  • ECLI:NL:RBOBR:2022:1982Rechtbank Oost-Brabant, 18 mei 2022 (socialezekerheidsrecht)

    Wmo 2015. Huishoudelijke ondersteuning. Pgb. Uurtarief sociaal netwerk gebaseerd op het wettelijk minimumloon. Het uurtarief voor een pgb voor ondersteuning uit het sociaal netwerk kan op een lager…

14 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.