Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956

Uitv besl SW

Huidige tekst

Artikel 6 Uitv besl SW

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    De waarde van een periodieke uitkering in geld welke na een bepaalde tijd vervalt, wordt gesteld op het jaarlijkse bedrag, vermenigvuldigd met het aantal jaren gedurende welke zij moet plaatshebben, iedere euro berekend tegen de volgende bedragen: indien de uitkering afhankelijk is van het leven van een persoon indien de uitkering niet van het leven afhankelijk is jonger dan 40 jaar 40 jaar of ouder, doch jonger dan 60 jaar 60 jaar of ouder het eerste vijftal jaren 0,84 0,83 0,75 0,85 het tweede vijftal jaren 0,62 0,60 0,40 0,64 het derde vijftal jaren 0,46 0,42 0,15 0,48 het vierde vijftal jaren 0,34 0,28 0,04 0,36 het vijfde vijftal jaren 0,25 0,18 0,02 0,28 de volgende jaren 0,12 0,06 – 0,15 2 De waarde, naar de in het eerste lid bedoelde berekening vastgesteld, kan, indien de uitkering afhankelijk is van het leven, niet hoger zijn dan de waarde welke verkregen zou zijn wanneer de uitkering niet tevens na een bepaalde tijd zou vervallen, en, indien zij niet van het leven afhankelijk is, niet meer bedragen dan het zeventienvoud van het jaarlijkse bedrag. 3 De waarde van een periodieke uitkering in geld voor onbepaalde tijd, welke niet van het leven afhankelijk is, wordt gesteld op het zeventienvoud van het jaarlijkse bedrag.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2002:ZC8025Parket bij de Hoge Raad, 3 mei 2002 (belastingrecht)

    -

  • ECLI:NL:PHR:1981:AW9635Parket bij de Hoge Raad, 23 februari 1981 (belastingrecht)

    Art. 18, lid 1 en art. 21 onder II Successiewet 1956 ; Art. 10 Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956; verstrekking uit vrijgevigheid van een renteloze lening of een lening tegen een onzakelijk lage…

  • ECLI:NL:GHARL:2021:4339Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 4 mei 2021 (personen- en familierecht)

    Partneralimentatie in vorm eenmalig bedrag? Zijn de huwelijkse voorwaarden (‘koude uitsluiting’) naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar? Artikel 1:156 BW; artikel 6:248 BW en…

  • ECLI:NL:RBLEE:2012:BZ8250Rechtbank Leeuwarden, 13 december 2012 (belastingrecht)

    Erfbelasting. Rechtbank wijkt af van gezamenlijke rechtsopvatting van partijen. Overeenkomst inzake toekenning recht van bewoning aan levensgezellin is geen overeenkomst van huur. Artikel 21, achtste…

  • ECLI:NL:GHSGR:2011:BV2132Gerechtshof 's-Gravenhage, 18 oktober 2011 (belastingrecht)

    Inkomstenbelasting. Belanghebbende heeft 100% van de aandelen in B.V. A. Hij schenkt de blote eigendom van een deel van de aandelen (ongeveer 4,6% van de geplaatste aandelen) aan zijn minderjarige…

  • ECLI:NL:GHAMS:2010:BN6206Gerechtshof Amsterdam, 26 augustus 2010 (belastingrecht)

    Aan belanghebbende is in 2007 een niet direct opeisbare renteloze lening verstrekt van € 20.000. Het Hof is van oordeel dat belanghebbendes verklaring dat zij van het geleende bedrag € 9.000 heeft…

  • ECLI:NL:RBSGR:2010:BN4715Rechtbank 's-Gravenhage, 15 juli 2010 (belastingrecht)

    Eiser hield in het onderhavige jaar 100% van de aandelen in A B.V. Eiser heeft de blote eigendom van ongeveer 4,6% van de geplaatste aandelen geschonken aan zijn minderjarige kinderen en zich het…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.