Uitvoeringsbesluit pacht

Ubp

Huidige tekst

Artikel 23 Ubp

Geldt sinds 1 april 2013

  1. 1

    De eed of belofte zal worden afgelegd door: a.1°. de voorzitters, de plaatsvervangende voorzitters, de secretarissen en de plaatsvervangende secretarissen van de grondkamers ten overstaan van de president van de rechtbank Overijssel; 2°. de leden en de plaatsvervangende leden van de grondkamers in handen van de voorzitter van de grondkamer in een zitting van de grondkamer; b.de griffier en de plaatsvervangende griffiers van de Centrale Grondkamer ten overstaan van de president van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

  2. 2

    Van het afleggen van de eed of belofte in de genoemde colleges wordt een akte opgemaakt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.