Huidige tekst
Artikel 23 Ubp
- 1
De eed of belofte zal worden afgelegd door: a.1°. de voorzitters, de plaatsvervangende voorzitters, de secretarissen en de plaatsvervangende secretarissen van de grondkamers ten overstaan van de president van de rechtbank Overijssel; 2°. de leden en de plaatsvervangende leden van de grondkamers in handen van de voorzitter van de grondkamer in een zitting van de grondkamer; b.de griffier en de plaatsvervangende griffiers van de Centrale Grondkamer ten overstaan van de president van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
- 2
Van het afleggen van de eed of belofte in de genoemde colleges wordt een akte opgemaakt.