Huidige tekst
Artikel 2.40 Uitvoeringsbesluit Douane- en Accijnswet BES
- 1
In de vergunning voor het beheer van een douane-entrepot wordt, met inachtneming van de artikelen van deze afdeling, in elk geval bepaald: a.op welke gronden de vergunning aan de beoogd beheerder is verleend, in het bijzonder de gebleken economische behoefte; b.op welke voorwaarden de vergunning is verleend, in het bijzonder ten aanzien van de ligging, de afscheiding van andere percelen en de bouw van de betreffende inrichting; c.op welke wijze de goederenrekening van de in- en uitslag van goederen wordt bijgehouden; d.dat een voorraadadministratie en een administratieve organisatie worden gevoerd overeenkomstig de daaraan te stellen eisen, in gevallen waarin wordt afgezien van ambtelijke sluiting van het douane-entrepot; e.de vorm van zekerheidstelling, in gevallen waarin wordt afgezien van ambtelijke sluiting van het douane-entrepot; f.welke soorten goederen mogen worden opgeslagen; g.welke behandelingen van goederen zijn toegelaten en onder welke voorwaarden toestemming voor die behandelingen wordt verleend; h.welke nadere bestemmingen aan de opgeslagen goederen mogen worden gegeven en binnen welke termijnen die bestemmingen moeten worden bereikt; i.op welke wijze het douanetoezicht wordt uitgeoefend, in het bijzonder ten aanzien van de in- en uitslag en de aanwezigheid van de goederen; j.de gronden voor intrekking van de vergunning.
- 2
In de vergunning kunnen per goederensoort de minimum hoeveelheden die per keer moeten worden in- of uitgeslagen, worden vastgesteld en kan worden bepaald dat detailverkoop van goederen uit het douane-entrepot niet is toegestaan.