Uitvoeringsbesluit accijns

Huidige tekst

Artikel 4 Uitvoeringsbesluit accijns

Geldt sinds 16 februari 2023

  1. 1

    De vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats of de in Nederland gevestigde geregistreerde geadresseerde kan verzoeken om toestemming tot het toepassen van rechtstreekse aflevering, bedoeld in artikel 2a, vijfde lid, van de wet.

  2. 2

    De toestemming, bedoeld in het eerste lid, wordt opgenomen in de vergunning van de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats of van de in Nederland gevestigde geregistreerde geadresseerde. Op de toestemming zijn de artikelen 43 tot en met 46 en 48 tot en met 50 van de wet van overeenkomstige toepassing.

  3. 3

    De toestemming, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend onder de hierna genoemde voorwaarden en beperkingen: a.de toestemming is alleen van toepassing op de accijnsgoederen die in de vergunning zijn vermeld; b.de afnemer aan wie rechtstreeks wordt afgeleverd is een ondernemer in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 en treedt niet op in de hoedanigheid van een vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats of een geregistreerde geadresseerde; c.alle accijnsgoederen die op het e-AD zijn vermeld, worden rechtstreeks afgeleverd op de plaats van rechtstreekse aflevering; d.de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats of de geregistreerde geadresseerde zorgt ervoor dat hij wordt geïnformeerd over de datum waarop de accijnsgoederen zijn ontvangen op de plaats van rechtstreekse aflevering. Deze datum wordt op de commerciële bescheiden, behorende bij de fysieke aflevering, vermeld; e.de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats of de geregistreerde geadresseerde blijft verantwoordelijk voor de indiening van het bericht van ontvangst. Hij vermeldt daarin de datum waarop de accijnsgoederen zijn ontvangen op de plaats van rechtstreekse aflevering; f.de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats of de geregistreerde geadresseerde neemt de hoeveelheid accijnsgoederen die door de afnemer is ontvangen op de plaats van rechtstreekse aflevering in zijn administratie op als ontvangen en tot verbruik uitgeslagen hoeveelheid; g.de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats of de geregistreerde geadresseerde richt zijn administratie zodanig in dat daarin op overzichtelijke wijze alle gegevens zijn opgenomen omtrent de rechtstreekse afleveringen; h.iedere wijziging die zich na het verlenen van de toestemming voordoet, wordt schriftelijk gemeld aan de inspecteur die de toestemming voor rechtstreekse aflevering heeft verleend; i.bij gebleken misbruik of indien aan één of meer van deze voorwaarden niet wordt voldaan wordt de verleende toestemming ingetrokken.

  4. 4

    De toestemming, bedoeld in het eerste lid, wordt niet verleend: a.aan een vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats als bedoeld in artikel 42a van de wet; b.aan een vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats, waar accijnsgoederen worden geproduceerd of verwerkt, indien de hoeveelheid accijnsgoederen die gemiddeld over een jaar voorhanden is niet meer bedraagt dan de op grond van artikel 40, eerste lid, onderdeel b, van de wet, bij ministeriële regeling per soort accijnsgoed vastgestelde hoeveelheid; c.aan een geregistreerde geadresseerde als bedoeld in artikel 50a, derde lid, van de wet.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2019:625Hoge Raad, 19 april 2019 (belastingrecht)

    Accijns; art. 2a, lid 5, en art. 56, lid 1, Wet op de accijns; art. 4 Uitvoeringsbesluit accijns; art. 22 Uitvoeringsregeling accijns; artt. 16 tot en met 18, Richtlijn 2008/118…

  • ECLI:NL:PHR:2018:1180Parket bij de Hoge Raad, 19 oktober 2018 (belastingrecht)

    Belanghebbende, een groothandelaar in accijnsgoederen (minerale oliën), heeft een vergunning opslag in een accijnsgoederenplaats. Op grond van artikel 56, lid 1, Wet op de accijns dient een…

  • ECLI:NL:GHAMS:2024:3589Gerechtshof Amsterdam, 10 december 2024 (belastingrecht)

    Accijns. Verwijzingszaak. Het Hof acht het oordeel van de Hoge Raad juist dat het buiten redelijke twijfel is dat de Accijnsrichtlijn aan Nederland de ruimte laat voor te schrijven dat de…

  • ECLI:NL:RBNHO:2023:11372Rechtbank Noord-Holland, 9 november 2023 (belastingrecht)

    Na verwijzing HR. Doorlopende zekerheid voor vergunning accijnsgoederenplaats. Toepassing Unierecht. Verwijzingsopdracht.

  • ECLI:NL:GHDHA:2014:4127Gerechtshof Den Haag, 26 november 2014 (belastingrecht)

    In het principale hoger beroep van belanghebbende is in geschil of: ( i) de Inspecteur van belanghebbende zekerheid kan verlangen, (ii) de Nederlandse accijnswetgeving waarop de verlangde zekerheid…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.