Uitleveringsverdrag tussen Nederland en San Marino

Huidige tekst

Artikel 7 Uitleveringsverdrag tussen Nederland en San Marino

Geldt sinds 23 april 1903

De uitlevering zal worden aangevraagd: van de zijde van Nederland, door den Minister van Buitenlandsche Zaken en van de zijde der Republiek van San-Marino door de Capitani Reggenti en alleen toegestaan worden op vertoon van het oorspronkelijke of van een gewaarmerkt afschrift hetzij van een vonnis van veroordeeling, hetzij van eene beschikking tot in staat van beschuldigingstelling of van eene beschikking waarbij rechtsingang is verleend met bevel tot gevangenneming, hetzij van een bevel van gevangenneming, afgegeven in de vormen voorgeschreven door de wetgeving van den Staat, die de aanvrage doet, waarbij het feit waarvan sprake is op zoodanige wijze wordt omschreven dat de Staat, waaraan de uitlevering wordt gevraagd, in staat zij te beoordeelen of het volgens zijne wetgeving een geval oplevert in het tegenwoordig verdrag voorzien, en ook de op het feit toepasselijke strafbepaling wordt vermeld. De aanvrage om uitlevering zal in de Fransche taal gesteld worden en de overtuigingsstukken zullen vergezeld zijn van een Fransche vertaling.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.