Uitleveringsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Mexico

Huidige tekst

Artikel XVIII Uitleveringsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Mexico

Geldt sinds 2 juli 1909

Art. XVIII De bepalingen der tegenwoordige overeenkomst zullen toepasselijk zijn op de koloniën en bezittingen van Nederland in andere werelddeelen, maar slechts worden nageleefd voorzoover zij in overeenstemming zijn met de wetten, die in die koloniën en bezittingen van kracht zijn. De aanvrage tot uitlevering van een misdadiger, die gevlucht is van een der West-Indische Nederlandsche koloniën naar Mexico of van Mexico naar een der West-Indische Nederlandsche koloniën, zal ook kunnen geschieden rechtstreeks door den Gouverneur van Suriname of van Curaçao aan de Regeering van Mexico en omgekeerd. Genoemde Gouverneurs zullen de bevoegdheid hebben, hetzij de uitlevering toe te staan, hetzij hunne Regeering daarover te raadplegen. De termijn voor invrijheidstelling in art. XII bedoeld, zal, wat betreft de koloniën in Amerika gelegen, op 60 (zestig) dagen worden vastgesteld.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.