Uitkeringswet gewezen militairen

Ugm

Huidige tekst

Artikel 5 Ugm

Geldt sinds 1 juni 2003

  1. 1

    De inkomsten die de gewezen militair, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, onder 2° , geniet of gaat genieten in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen met ingang van of na de dag van het ontslag, ter zake waarvan de uitkering is toegekend, worden gedurende de eerste twee jaren, te rekenen vanaf de dag, waarop de uitkering is ingegaan of had kunnen ingaan, met de uitkering verrekend over de maand waarop deze inkomsten betrekking hebben, dan wel over de maand waarop deze inkomsten daarvoor in aanmerking kunnen worden gebracht. Deze verrekening geschiedt aldus, dat de uitkering wordt verminderd met het bedrag, waarmede de uitkering, vermeerderd met die inkomsten, de laatstelijk genoten bezoldiging overschrijdt.

  2. 2

    Met arbeid of bedrijf, aangevangen met ingang van of na de dag, waarop het ontslag is ingegaan, wordt gelijkgesteld arbeid of bedrijf, aangevangen tijdens non-activiteit, vakantieverlof of ander verlof of verhindering tot dienstverrichting wegens ziekte, onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag. Onder ander verlof als bedoeld in de vorige volzin, wordt voor de toepassing van dit artikel mede begrepen de tijd van ontheffing uit de functie, als bedoeld in het Koninklijk besluit van 2 juni 1969, Stb. 231.

  3. 3

    Wanneer de gewezen militair, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, onder 2° , arbeid of bedrijf heeft aangevangen voor het tijdstip van zijn ontslag en na dat tijdstip uit die arbeid of dat bedrijf inkomsten of meer inkomsten gaat genieten, worden die inkomsten of die meerdere inkomsten in aanmerking genomen voor de toepassing van het eerste lid, tenzij deze aannemelijk maakt, dat die inkomsten, die meerdere inkomsten of een gedeelte daarvan niet het gevolg zijn van een verhoogde werkzaamheid of van andere oorzaken, verband houdende met het ontslag, in welk geval die inkomsten, die meerdere inkomsten of dat gedeelte daarvan niet in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het eerste lid.

  4. 4

    Voor de toepassing van dit artikel wordt niet als inkomsten aangemerkt hetgeen is verkregen uit dienstbetrekking bij het Ministerie van Defensie of door werkzaamheden die zijn voorbehouden aan: personeel ter zake van het geven van feitelijk onderricht in de onderwijssector; medisch en paramedisch personeel voor het verrichten van feitelijke werkzaamheden in de zorgsector; executief politie- dan wel douanepersoneel.

  5. 5

    Voor de toepassing van dit artikel wordt een uitkering krachtens de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen aangemerkt als inkomsten in verband met arbeid.

  6. 6

    Onverminderd het vierde en vijfde lid stelt Onze Minister nadere regelen voor hetgeen bij de toepassing van dit artikel al dan niet als inkomsten wordt begrepen. Daarbij kan Onze Minister bij ministeriële regeling tevens: de in het vierde lid, onderdelen a tot en met c, bedoelde beroepsgroepen nader duiden; voor gevallen of groepen van gevallen een termijn, onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag bepalen, waarover ten minste arbeid of bedrijf, als bedoeld in het derde lid, moet zijn verricht of uitgeoefend.

  7. 7

    In naar het oordeel van Onze Minister bijzondere gevallen, waarin toepassing van dit artikel voor het aanmerken als inkomsten en de berekening daarvan tot een onredelijke uitkomst zou leiden, kan hij van het bepaalde in dit artikel ten gunste van de gewezen militair afwijken.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CBB:2024:108College van Beroep voor het bedrijfsleven, 20 februari 2024 (bestuursrecht)

    Op grond van de artikelen 91, 92 en 93 van Verordening 1306/2013 heeft de landbouwer die rechtstreekse betalingen ontvangt, de in bijlage II genoemde, uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen -…

  • ECLI:NL:CRVB:2014:59Centrale Raad van Beroep, 16 januari 2014 (ambtenarenrecht)

    Vaststelling terugvordering onverschuldigde uitkering. Uitgangspunt moet zijn dat de neveninkomsten betrekking hebben op de periode van 1 juli 2005 tot 1 juli 2007 en naar evenredigheid moeten worden…

  • ECLI:NL:CRVB:2014:60Centrale Raad van Beroep, 16 januari 2014 (socialezekerheidsrecht)

    De hier aan de orde zijnde neveninkomsten hebben betrekking op de maanden september en oktober 2004. Overeenkomstig de hoofdregel van artikel 5, eerste lid, van de Ugm hadden zij dan ook met de…

  • ECLI:NL:CRVB:2014:63Centrale Raad van Beroep, 16 januari 2014 (ambtenarenrecht)

    Blijkens de gedingstukken en het verhandelde ter zitting hebben de neveninkomsten betrekking op de maand mei 2004. Overeenkomstig de hoofdregel van artikel 5, eerste lid, van de Ugm hadden zij dan…

  • ECLI:NL:CRVB:2012:BX9960Centrale Raad van Beroep, 27 september 2012 (ambtenarenrecht)

    Terugvordering uitkering. Inkomsten uit het bedrijf van appellant dienen te worden verrekend. Daarvan uitgaande is sprake van te veel betaalde uitkering die voor terugvordering in aanmerking komt.…

  • ECLI:NL:CRVB:2012:BV6280Centrale Raad van Beroep, 16 februari 2012 (socialezekerheidsrecht)

    Vaststelling winst uit eigen bedrijf en vermindering van de uitkering. Vaststelling schuld en terugvordering. De staatssecretaris heeft het bestreden besluit gebaseerd op een ondeugdelijke…

  • ECLI:NL:CRVB:2006:AW2416Centrale Raad van Beroep, 16 maart 2006 (socialezekerheidsrecht)

    Terugvordering teveel betaalde uitkering ingevolge de Uitkeringswet gewezen militairen.

  • ECLI:NL:CRVB:1998:AA8768Centrale Raad van Beroep, 22 oktober 1998 (bestuursrecht)

    -

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.