Tijdelijk besluit zelfstandige bevoegdheid bachelor medisch hulpverlener

Huidige tekst

Artikel 7 Tijdelijk besluit zelfstandige bevoegdheid bachelor medisch hulpverlener

Geldt sinds 1 mei 2017

  1. 1

    De bachelor medisch hulpverlener is bevoegd tot: a.het geven van een subcutane, intramusculaire of intraveneuze injectie; b.het verrichten van een catheterisatie van de blaas bij volwassenen alsmede het inbrengen van een maagsonde of een infuus; c.het verrichten van een venapunctie; d.het verrichten van electieve cardioversie; e.het verrichten van de volgende handelingen in het kader van acute zorg: i. het toepassen van defibrillatie; ii. het in-, of extuberen van de luchtpijp met een orale of nasale tube; iii. het toepassen van een drainagepunctie bij een spanningspneumathorax.

  2. 2

    De bevoegdheid, genoemd in het eerste lid, geldt uitsluitend voor zover het betreft: a.handelingen die vallen binnen het deskundigheidsgebied, bedoeld in artikel 6; b.handelingen van een beperkte complexiteit; c.routinematige handelingen; d.handelingen waarvan de risico’s te overzien zijn; e.handelingen die worden uitgeoefend volgens landelijke geldende richtlijnen, standaarden en daarvan afgeleide protocollen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.