Subsidieregeling praktijkgerichte havo

Huidige tekst

Artikel 3 Subsidieregeling praktijkgerichte havo

Geldt sinds 28 november 2025

Doel van de regeling en te subsidiëren activiteiten 1 De minister kan aan een bevoegd gezag van een school die havo aanbiedt of een vavo-instelling die havo aanbiedt, toestemming verlenen op grond van artikel 9.3 WVO 2020 om deel te nemen aan het doorontwikkeltraject of de pilot met de praktijkroute havo-Educatie voor de schooljaren 2023/2024 tot en met 2026/2027. 2 De minister kan in de kalenderjaren 2023, 2024, 2025 en 2026 subsidie verstrekken aan een bevoegd gezag van een school die havo aanbiedt of een vavo-instelling die havo aanbiedt voor het starten met één of meerdere concept-examenprogramma’s als onderdeel van het onderwijsprogramma voor leerlingen in het vierde en het vijfde leerjaar van het havo in de schooljaren 2023/2024, 2024/2025, 2025/2026, 2026/2027 en 2027/2028. De subsidie wordt ingezet voor de uitvoering van een of meerdere van de volgende activiteiten: a.voor de voorbereiding van het implementeren en het door ontwikkelen van de concept-examenprogramma’s met ondersteuning van de Stichting Leerplanontwikkeling; b.voor deelname aan de landelijke monitorings-, scholings- en kennisdelingsactiviteiten; c.voor het ontwikkelen en aanbieden van praktische en realistische opdrachten aan leerlingen binnen en buiten de school; d.voor het opbouwen en onderhouden van een netwerk met het bedrijfsleven en maatschappelijke instellingen in de regio; en e.voor het opzetten of intensiveren van een samenwerking met het hoger beroepsonderwijs ten behoeve van het opbouwen en onderwijzen van een of meerdere concept-examenprogramma’s. 3 In afwijking van het eerste lid heeft de toestemming van de Minister om deel te nemen aan de pilot met de praktijkroute havo-Educatie, uitsluitend betrekking op de schooljaren 2023/2024 en 2024/2025. 4 In afwijking van het tweede lid kan de Minister voor de praktijkroute havo-Educatie uitsluitend subsidie verstrekken in de kalenderjaren 2023 en 2024. 5 De minister verstrekt aan de bevoegde gezagsorganen van de in bijlage 1 genoemde vestigingen voor de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 ambtshalve jaarlijks een aanvullende subsidie voor de uitvoering van de activiteiten, bedoeld in het tweede lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.