Subsidieregeling opvang kinderen van ouders met trekkend/varend bestaan

Huidige tekst

Artikel 10 Subsidieregeling opvang kinderen van ouders met trekkend/varend bestaan

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    De exploitant komt schriftelijk met de binnenschipper, kermisexploitant of circusartiest overeen dat ten behoeve van de huisvesting, verzorging en opvoeding van diens kind in het pleeggezin een ouderbijdrage is verschuldigd aan de exploitant.

  2. 2

    De ouderbijdrage, bedoeld in het eerste lid, bedraagt voor het boekjaar 2026: a.voor het eerste kind uit een gezin € 2.188,93 vermeerderd met 1% van dat deel van het belastbare inkomen van de binnenschipper, kermisexploitant of circusartiest dat het bedrag van € 17.570,00 te boven gaat, tot een maximum van € 2.782,26; b.voor het tweede en elk volgend kind uit een gezin € 1.458,92, vermeerderd met 0,5% van dat deel van het belastbare inkomen van de binnenschipper, kermisexploitant of circusartiest dat het bedrag van € 17.570,00 te boven gaat, tot een maximum van € 1.755,05.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.