Schikking van Madrid van 14 april 1891 betreffende de internationale inschrijving van fabrieks- of handelsmerken, herzien te Brussel op 14 december 1900, te Washington op 2 juni 1911, te 's-Gravenhage op 6 november 1925 en te Londen op 2 juni 1934

Huidige tekst

Artikel 9ter Schikking van Madrid van 14 april 1891 betreffende de internationale inschrijving van fabrieks- of handelsmerken, herzien te Brussel op 14 december 1900, te Washington op 2 juni 1911, te 's-Gravenhage op 6 november 1925 en te Londen op 2 juni 1934

Geldt sinds 5 augustus 1948

  1. 1

    Indien de overdracht van een internationaal merk voor slechts een gedeelte der ingeschreven waren ter kennis van het Internationaal Bureau is gebracht, zal dit die overdracht in zijn registers inschrijven. Elk der contracterende landen zal de bevoegdheid hebben de geldigheid van deze overdracht niet te erkennen, indien de waren, in het aldus overgedragen gedeelte begrepen, van hetzelfde soort zijn, als die, waarvoor het merk ten behoeve van hem, die het merk heeft overgedragen, blijft ingeschreven.

  2. 2

    Het internationaal Bureau zal eveneens inschrijven een overdracht van het internationale merk voor slechts één of meer der contracterende landen.

  3. 3

    Indien, in de bovengenoemde gevallen, zich een verandering van het land van oorsprong voordoet, zal de Administratie van het land, waartoe hij, aan wie de overdracht heeft plaats gehad, behoort, haar toestemming, overeenkomstig artikel 9 bis vereist, moeten geven.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.