Schepenwet

Huidige tekst

Artikel 21 Schepenwet

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    Hij, die een beroep van eene beslissing of een voorschrift instelt, zet in zijn beroepschrift zijne bezwaren tegen die beslissing of dat voorschrift uiteen en zendt gelijktijdig een afschrift van het beroepschrift aan den ambtenaar van wiens beslissing of voorschrift hij beroep instelt en aan het hoofd van de scheepvaartinspectie, indien deze niet is de ambtenaar van wiens beslissing of voorschrift beroep wordt ingesteld.

  2. 2

    Alvorens uitspraak te doen is de voorzitter van den Raad voor de scheepvaart of van een Commissie als bedoeld in artikel 26 bis steeds bevoegd en op aanvrage van den appellant, van den ambtenaar van wiens beslissing of voorschrift beroep is ingesteld of van het hoofd van de scheepvaartinspectie, verplicht aan ieder hunner gelegenheid te geven hunne bezwaren mondeling in persoon of bij gemachtigde toe te lichten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.