Huidige tekst
Artikel 29 Scheepvaartreglement Westerschelde 1990
Loodsschepen 1 Een loodsschip, bezig met de uitoefening van de loodsdienst, moet voeren: a.aan of nabij de top van de mast twee rondom zichtbare heldere lichten, het ene loodrecht onder het andere, het bovenste wit en het onderste rood; b.wanneer het varende is, tevens de zijdelichten en het heklicht; c.wanneer het ten anker ligt, behalve de lichten voorgeschreven onder a, de lichten of het dagmerk voorgeschreven voor een ten anker liggend schip. 2 Een loodsschip, niet bezig met de uitoefening van de loodsdienst, moet de lichten of dagmerken voeren voorgeschreven voor een schip van zijn soort en lengte.