Scheepvaartreglement Gemeenschappelijke Maas

Huidige tekst

Artikel 3.20 Scheepvaartreglement Gemeenschappelijke Maas

Geldt sinds 1 juli 1996

Lichten van stilliggende schepen 1 Een schip dat direct of indirect aan de oever gemeerd ligt moet voeren: een wit gewoon rondom schijnend licht aan de zijde van het vaarwater op een hoogte van tenminste 3 m. 2 Een klein schip dat stilligt, met uitzondering van de bijboot van een schip, moet voeren: een wit gewoon rondom schijnend licht waar dit het best kan worden gezien. 3 De in dit artikel bedoelde lichten behoeven niet te worden gevoerd door een schip a. dat ligt in een gedeelte van de vaarweg, aangewezen door de bevoegde autoriteit; b. dat ligt in een gedeelte van de vaarweg waar varen niet mogelijk dan wel verboden is; c. dat direct of indirect aan de oever gemeerd ligt en vanwege aldaar aanwezige verlichting voldoende zichtbaar is; d. dat op een veilige ligplaats ligt. 4 Dit artikel is niet van toepassing op de schepen, bedoeld in artikel 3.27.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.