Rijkswet Raad voor de rechtshandhaving

Huidige tekst

Artikel 10 Rijkswet Raad voor de rechtshandhaving

Geldt sinds 10 oktober 2010

Aan een lid van de Raad wordt ontslag verleend: a.op zijn verzoek uiterlijk met ingang van de eerste dag van de derde kalendermaand van de dag waarop Onze Minister het verzoek om ontslag heeft ontvangen; b.bij het bereiken van de leeftijd van 70 jaar; c.indien hij uit hoofde van ziekte of gebrek blijvend ongeschikt is zijn functie te vervullen; d.bij aanvaarding van een betrekking als bedoeld in artikel 8, derde lid; e.bij het verlies van het Nederlanderschap; f.indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; g.indien hij ingevolge onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld; h.indien hij naar het oordeel van Onze Ministers door handelen of nalaten ernstig nadeel toebrengt aan het in hem te stellen vertrouwen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.