Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Huidige tekst

Artikel 35 Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Geldt sinds 10 oktober 2010

  1. 1

    De directeur van de gemeenschappelijke voorziening politie dient jaarlijks voor 1 april bij Onze Ministers een jaarverslag in over de gemeenschappelijke voorziening politie. Het jaarverslag bevat een verantwoording over de activiteiten, de doelstellingen en de prestatieafspraken zoals neergelegd in het jaarplan. Het jaarverslag bevat tevens de jaarrekening met bijbehorende begroting en overige financiële gegevens van het daaraan voorafgaande jaar.

  2. 2

    Het jaarverslag gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid afgegeven door een door de directeur van de gemeenschappelijke voorziening politie in overeenstemming met Onze Ministers aangewezen accountant.

  3. 3

    Bij de aanwijzing van de accountant bedingt de directeur van de gemeenschappelijke voorziening politie dat aan Onze Minister van Justitie van Curaçao, Onze Minister van Justitie van Sint Maarten en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties desgevraagd inzicht wordt geboden in de controlewerkzaamheden van de accountant.

  4. 4

    Over het toezicht op de gemeenschappelijke voorziening politie treden de Algemene Rekenkamers van de landen met elkaar in overleg.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.