Rijkswet administratieve bijstand douane

Huidige tekst

Artikel 13 Rijkswet administratieve bijstand douane

Geldt sinds 1 januari 2000

  1. 1

    Een verzoek om bijstand ter daadwerkelijke invordering van douanevorderingen gaat vergezeld van: a.de executoriale titel tegen degene te wiens laste invordering wordt verzocht; b.een verklaring omtrent het al of niet onherroepelijk vaststaan van de douanevordering; c.een verklaring omtrent de mogelijkheden tot invordering op het grondgebied van het land van de verzoekende douane-administratie; d.andere stukken en informatie welke van nut kunnen zijn.

  2. 2

    De betekening van de executoriale titel, het bevel tot betaling en de tenuitvoerlegging geschieden overeenkomstig de in het land van de aangezochte douane-administratie van kracht zijnde wettelijke bepalingen met betrekking tot bij regeling van de Minister van Financiën van dat land als soortgelijk aangemerkte douanevorderingen.

  3. 3

    Zolang geen verklaring is ingekomen dat de douanevordering onherroepelijk vaststaat, beperkt de aangezochte douane-administratie zich tot maatregelen om de inning van de douanevordering te verzekeren.

  4. 4

    De douanevorderingen worden in het land van de aangezochte douane-administratie niet als bevoorrechte vorderingen beschouwd.

  5. 5

    De aangezochte douane-administratie is niet verplicht aan het verzoek te voldoen indien de mogelijkheden tot invordering op het grondgebied van het land van de verzoekende douane-administratie niet zijn uitgeput.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.