Remigratiewet

Rw

Huidige tekst

Artikel 2b Rw

Geldt sinds 1 januari 2019

  1. 1

    Om voor de remigratievoorzieningen in aanmerking te komen dient de remigrant: a.voor 1 januari 2025 een aanvraag in te dienen bij de Sociale verzekeringsbank; b.te behoren tot de doelgroep, bedoeld in artikel 1a; c.ten minste 55 jaar oud te zijn op het tijdstip van de aanvraag; d.zijn schulden aan het Rijk te hebben voldaan dan wel ten behoeve van zijn schulden aan het Rijk een afbetalingsregeling te hebben getroffen; e.niet rechtens zijn vrijheid ontnomen te zijn op het tijdstip van de aanvraag; f.zich niet te onttrekken aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel op het tijdstip van de aanvraag; g.een schriftelijk bewijs aan de Sociale verzekeringsbank over te leggen, afgegeven door de autoriteiten van het bestemmingsland, dat hij en, voor zover van toepassing, zijn partner en hun kinderen zullen worden toegelaten, indien naar een ander land wordt geremigreerd dan het land waarvan de remigrant de nationaliteit bezit; h.indien hij Nederlander is, onmiddellijk voorafgaande aan de aanvraag ten minste acht jaren in Nederland te hebben verbleven dan wel, indien hij vreemdeling is, onmiddellijk voorafgaande aan de aanvraag gedurende ten minste acht jaren ononderbroken rechtmatig verblijf in Nederland te hebben gehad als bedoeld in artikel 8, onderdeel a tot en met e of l, van de Vreemdelingenwet 2000 en voor het besluit tot toekenning van de remigratievoorzieningen rechtmatig verblijf in Nederland te hebben gehad als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, b, d, e of l, van de Vreemdelingenwet 2000, anders dan voor een verblijf voor een tijdelijk doel; i.over een periode van ten minste één jaar, onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip van de aanvraag, een rechtmatige uitkering of inkomensvoorziening te hebben ontvangen op grond van: 1°. de Algemene Ouderdomswet; 2°. de Werkloosheidswet; 3°. de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen; 4°. de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; 5°. de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen; 6°. de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; 7°. de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering; 8°. de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten; 9°. de Participatiewet of het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004; 10°. de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen; of 11°. de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen; dan wel over een periode van ten minste één jaar, onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip van de aanvraag van de remigratievoorzieningen te hebben ontvangen: 1°. een wachtgeld in de zin van het Rijkswachtgeldbesluit 1959; 2°. een soortgelijke uitkering aan een overheidswerknemer op grond van ontslag of werkloosheid, of 3°. een wachtgeld of daarmee gelijkgestelde uitkering ingevolge de bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen vastgestelde bepalingen, met uitzondering van een uitkering in verband met functioneel leeftijdsontslag of vrijwillig vervroegd uittreden; j.de leeftijd van 18 jaar te hebben bereikt op het moment dat hij zich in Nederland vestigde; k.geen uitreiziger te zijn.

  2. 2

    Een remigrant die samen met zijn partner remigreert, komt slechts in aanmerking voor de remigratievoorzieningen, indien ook zijn partner voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen d, e en f.

  3. 3

    Indien de partner van wie de remigrant niet duurzaam gescheiden leeft, eveneens in Nederland verblijf houdt, worden de remigratievoorzieningen slechts verstrekt indien de remigrant en zijn partner gezamenlijk remigreren.

  4. 4

    Indien de remigrant en zijn partner het voornemen hebben met hun pleegkinderen te remigreren, dient de remigrant een schriftelijk bewijs van toestemming tot de voorgenomen remigratie van die pleegkinderen aan de Sociale verzekeringsbank te hebben overgelegd, afkomstig van degene die het ouderlijk gezag of de voogdij uitoefent over de pleegkinderen.

  5. 5

    Onder verblijf voor een tijdelijk doel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, wordt het verblijf verstaan van de vreemdeling die behoort tot een bij ministeriële regeling aan te wijzen categorie van vreemdelingen.

  6. 6

    Onder een uitkering op basis van de Participatiewet als bedoeld in het eerste lid, onderdeel i, wordt niet verstaan bijstand in de vorm van een geldlening als bedoeld in artikel, 48, tweede lid, van die wet.

  7. 7

    Indien de aanvrager met een onderbreking van ten hoogste één maand rechtmatig eenzelfde uitkering of inkomensvoorziening dan wel achtereenvolgens verschillende rechtmatige uitkeringen of inkomensvoorzieningen heeft ontvangen op basis van de in het eerste lid, onderdeel i, genoemde wetten, is de periode, bedoeld in dat onderdeel, de som van de perioden dat hij ononderbroken uitkeringsgerechtigd was op grond van die wet dan wel die wetten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBMNE:2025:4827Rechtbank Midden-Nederland, 22 augustus 2025 (bestuursrecht)

    Mondelinge uitspraak. Beroep remigratieuitkering ongegrond. Eiseres voldoet niet aan het verblijfsvereiste. Er was sprake van een uitschrijving uit de Brp en eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt…

  • ECLI:NL:RBAMS:2023:4778Rechtbank Amsterdam, 19 juli 2023 (bestuursrecht)

    De Svb heeft eisers aanvraag om een remigratie-uitkering terecht geweigerd, omdat hij nog geen 18 jaar was toen hij in Nederland kwam wonen. Het beroep van eiser op artikel 3:4 van de Algemene wet…

  • ECLI:NL:RBAMS:2022:3358Rechtbank Amsterdam, 25 mei 2022 (bestuursrecht)

    Verweerder heeft de aanvraag van eiseres om een remigratie-uitkering terecht afgewezen omdat zij niet voldoet aan de voorwaarden. Verder geen sprake van ongeoorloofd onderscheid naar leeftijd. Beroep…

  • ECLI:NL:RVS:2019:819Raad van State, 13 maart 2019 (vreemdelingenrecht)

    Bij besluit van 8 december 2016 heeft de raad van bestuur de aanvraag van [wederpartij] hem een voorziening krachtens de Remigratiewet te verlenen, afgewezen.

  • ECLI:NL:RBZWB:2017:5984Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19 september 2017 (bestuursrecht)

    Afwijzing aanvraag remigratievoorzieningen o.g.v. Remigratiewet. Rechtbank volgt SVB niet in uitleg die zij aan Remigratiewet en –besluit geeft en is van oordeel dat rechtszekerheidsbeginsel zich…

  • ECLI:NL:RBAMS:2017:5514Rechtbank Amsterdam, 30 juni 2017 (bestuursrecht)

    De Svb heeft een aanvraag om remigratievoorzieningen voor een alleenstaande afgewezen. Volgens het beleid moet in het geval van gehuwden sprake zijn van duurzaam gescheiden leven om in aanmerking te…

  • ECLI:NL:RVS:2017:901Raad van State, 5 april 2017 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 30 juli 2015 heeft de raad van bestuur een aanvraag van [appellant] om voorzieningen krachtens de Remigratiewet afgewezen.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.