Huidige tekst
Artikel 40 Rvt
- 1
Onder eigen geld wordt verstaan: a.het geld dat de verpleegde bij binnenkomst in de inrichting in zijn bezit heeft; b.het geld dat tijdens zijn verblijf in de inrichting te zijnen gunste wordt ontvangen; c.de vergoeding voor het verrichten van werkzaamheden en het arbeidsloon, bedoeld in artikel 46, tweede lid, van de wet.
- 2
Het beheer van het eigen geld van de verpleegde berust bij het hoofd van de inrichting, tenzij in het verplegings- en behandelingsplan anders is bepaald.
- 3
Wanneer de verpleegde geen beheer over zijn eigen geld heeft, heeft hij de beschikking over een rekening-courant bij de inrichting.