Huidige tekst
Artikel 3 Regeling windenergie op zee 2016
Het nominale vermogen van de productie-installatie, bedoeld in artikel 2, bedraagt: a. voor kavel III tenminste 331 MW verminderd met het aantal MW van de windmolen met het minste vermogen in de desbetreffende productie-installatie, en ten hoogste 360 MW. b. voor kavel IV tenminste 351 MW verminderd met het aantal MW van de windmolen met het minste vermogen in de desbetreffende productie-installatie, en ten hoogste 380 MW.
Bron: wetten.overheid.nl