Huidige tekst
Artikel 15 Regeling wegvervoer goederen
- 1
Op de vrachtbrief worden de volgende aanduidingen vermeld: a.de naam en het adres van de afzender; b.de naam en het adres van de vervoerder; c.de naam en het adres van de geadresseerde; d.de gebruikelijke aanduiding van de aard van de goederen; e.het brutogewicht of de op andere wijze aangegeven hoeveelheid van de goederen.
- 2
De vergunninghouder draagt er zorg voor dat: a.de vrachtbrief in de vrachtauto, waarmee de goederen vervoerd worden, aanwezig is; b.de vrachtbrief bij het ten vervoer aannemen van de goederen aan de afzender ten bewijze van ontvangst wordt afgegeven; c.bij aflevering van de goederen de vrachtbrief tegelijk met de goederen wordt afgegeven tegen aftekening voor ontvangst van een daarvoor bestemd deel van de vrachtbrief.
- 3
Het tweede lid is niet van toepassing indien het beroepsvervoer betreft waarvan de op dat vervoer betrekking hebbende vrachtbriefgegevens gestructureerd en genormeerd via een elektronisch systeem worden uitgewisseld.
- 4
Het verbod, bedoeld in artikel 2.13, eerste lid, van de wet, is niet van toepassing op binnenlands beroepsvervoer dat: a.wordt verricht met een of meer vrachtauto’s met een toegestaan laadvermogen van niet meer dan 500 kg; of b.het vervoer betreft van: 1° levende dieren; 2° landbouwproducten van de teeltplaats naar de veiling en van tot dit vervoer gebezigde ledige verpakkingsmiddelen van de veiling naar de teeltplaats; 3° inboedels; 4° losgestorte goederen; of 5° postzendingen.
- 5
Het verbod, bedoeld in artikel 2.13, eerste lid, van de wet, richt zich tot: a.de vervoerder indien: 1°. met betrekking tot dat vervoer geen vrachtbrief is opgemaakt; 2°. de naam en het adres van de vervoerder niet of onjuist op de vrachtbrief zijn vermeld; of 3°. de vrachtbrief niet getoond kan worden bij eerste vordering door de op grond van artikel 5.1, eerste lid, van de wet aangewezen personen; b.de afzender indien: 1°. met betrekking tot binnenlands beroepsvervoer de aanduidingen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en c tot en met e, onvolledig of onjuist op de vrachtbrief zijn vermeld; of 2°. met betrekking tot grensoverschrijdend beroepsvervoer de volgende aanduidingen onvolledig of onjuist op de vrachtbrief zijn vermeld: a.de naam en het adres van de afzender; b.de plaats en de datum van inontvangstneming der goederen en de plaats bestemd voor de aflevering der goederen; c.de naam en het adres van de geadresseerde; d.de gebruikelijke aanduiding van de aard der goederen en de wijze van verpakking en, voor gevaarlijke goederen, hun algemeen erkende benaming; e.het aantal colli, hun bijzondere merken en hun nummers; f.het bruto-gewicht of de op andere wijze aangegeven hoeveelheid van de goederen; en g.de voor het vervullen van douane- en andere formaliteiten nodige instructies.