Regeling voorschotverlening op uitkeringen en vergoedingen Wlz 2015

Huidige tekst

Artikel 6 Regeling voorschotverlening op uitkeringen en vergoedingen Wlz 2015

Geldt sinds 29 maart 2018

De definitieve vaststelling en uitkering kosten verstrekkingen en vergoedingen 1 Uiterlijk op de eerste werkdag in april van het jaar t+2 stelt het Zorginstituut de vergoeding definitief vast voor de kosten van zorg die niet door het CAK aan de zorgaanbieders worden betaald. 2 Voor de Wlz-uitvoerder bepaalt het Zorginstituut deze vergoeding als de som van: a.het saldo van de kosten van rechtstreeks met het Flz te verrekenen kosten en opbrengsten van zorgaanspraken die de Wlz-uitvoerder aan het Zorginstituut voor het jaar t opgeeft; b.de door de Wlz-uitvoerder over het jaar t opgegeven rentebaten; c.de door de NZa in zijn rapport over het jaar t opgenomen correcties op de vergoeding van kosten van verstrekkingen en vergoedingen. 3 Voor het zorgkantoor bepaalt het Zorginstituut deze vergoeding als de som van: a.het saldo van de kosten van rechtstreeks met het Flz te verrekenen kosten en opbrengsten van zorgaanspraken die het zorgkantoor aan het Zorginstituut voor het jaar t opgeeft; b.de door de NZa in zijn rapport over het jaar t opgenomen correcties op de vergoeding van kosten van verstrekkingen en vergoedingen. 4 Het Zorginstituut bepaalt het verschil tussen het bedrag van de definitieve vaststelling en het beschikbaar gestelde voorschot. Een positief verschil betaalt het Zorginstituut uit aan respectievelijk de Wlz-uitvoerder en het zorgkantoor. Een negatief verschil vordert het Zorginstituut terug van respectievelijk de Wlz-uitvoerder en het zorgkantoor.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.