Regeling voorkoming verontreiniging door schepen

Huidige tekst

Artikel 14 Regeling voorkoming verontreiniging door schepen

Geldt sinds 29 september 2017

  1. 1

    In aanvulling op het verbod, bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van het besluit, is het verboden om: a.brandstofolie te gebruiken met een zwavelgehalte van meer dan 0,10% aan boord van Nederlandse schepen en buitenlandse schepen gedurende de tijd dat deze zich bevinden op de Nederlandse binnenwateren; b.brandstofolie te gebruiken met een zwavelgehalte van meer dan 0,10% aan boord van Nederlandse en buitenlandse schepen op hun ligplaats in havens, waarbij de bemanning voldoende tijd wordt gegeven om zo spoedig mogelijk na de aankomst op de ligplaats en zo laat mogelijk vóór vertrek indien nodig om te schakelen van of op andere brandstoffen.

  2. 2

    De verboden, bedoeld in het eerste lid, en het verbod, bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van het besluit wat betreft het gebruik van brandstofolie in de Nederlandse territoriale zee en de Nederlandse EEZ, waaronder de gebieden voor emissiebeheersing van zwavel en fijnstof, zijn niet van toepassing op: a.brandstoffen als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdelen a en c, van richtlijn 2016/802 /EU; b.het gebruik van brandstoffen als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdelen f en g, van richtlijn 2016/802 /EU; c.het gebruik van brandstoffen aan boord van schepen die gebruik maken van emissiereductiemethoden overeenkomstig artikel 8 van richtlijn 2016/802 /EU.

  3. 3

    Het verbod, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing op: a.schepen die volgens een gepubliceerde dienstregeling minder dan twee uur op hun ligplaats zullen liggen; b.schepen die alle motoren uitschakelen en gebruikmaken van stroomvoorzieningen van het vasteland terwijl zij in een haven op hun ligplaats liggen.

  4. 4

    In afwijking van het tweede lid, aanhef en onderdeel c, geldt in geval van het gebruik van brandstofolie met een zwavelgehalte van meer dan 3,50% aan boord van schepen, de in deze aanhef en dit onderdeel bedoelde uitzondering alleen voor zover deze schepen gebruik maken van emissiereductiemethoden in een gesloten systeem.

  5. 5

    De Minister kan afwijking toestaan van de verboden, bedoeld in het eerste lid, en het verbod, bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van het besluit wat betreft het gebruik van brandstofolie in de Nederlandse territoriale zee en de Nederlandse EEZ, waaronder de gebieden voor emissiebeheersing van zwavel en fijnstof, voor proefnemingen met nieuwe emissiereductiemethoden.

  6. 6

    De uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het vijfde lid, geschiedt in overeenstemming met artikel 10 van richtlijn 2016/802 /EU.

  7. 7

    Toegestane proefnemingen met nieuwe emissiereductiemethoden worden toegepast overeenkomstig artikel 10 van richtlijn 2016/802 /EU.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBAMS:2020:6734Rechtbank Amsterdam, 18 december 2020 (materieel strafrecht)

    Als reder/manager varen in de Waalhaven te Rotterdam en brandstofolie gebruiken met een zwavelgehalte van 0,32%. Bruikbaarheid analyseresultaat monster. Vrijspraak opzet. Verwerping AVAS-verweer.

  • ECLI:NL:RBAMS:2020:6735Rechtbank Amsterdam, 18 december 2020 (materieel strafrecht)

    Als kapitein varen in de Waalhaven te Rotterdam en brandstofolie gebruiken met een zwavelgehalte van 0,32%. Bruikbaarheid analyseresultaat monster. Vrijspraak opzet. Verwerping AVAS-verweer.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.