Regeling vissersvaartuigen

Huidige tekst

Artikel 4.3 Regeling vissersvaartuigen

Geldt sinds 19 februari 2004

Vislieren met elektrische of hydraulische aandrijving zijn zodanig ingericht dat: a.het inschakelen van de aandrijfmotor alleen vanuit de ruststand van de bedieningsorganen kan geschieden, b.bij het wegvallen van de netspanning of hydraulische druk de remmen automatisch in werking treden, c.bij toepassing van elektrische hulpstroom het ontstaan van een aardsluiting in de hulpstroomketen niet tot het in gang komen of blijven van de aandrijfmotor of het lichten of gelicht blijven van de remmen kan leiden, en d.het in bedrijf komen van de vislier kan worden verhinderd door een in de directe omgeving van de vislier opgestelde werkschakelaar, een noodstopvoorziening als bedoeld in artikel 4.1 of een andere doelmatige inrichting.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.