Huidige tekst
Artikel 1 Regeling vertrouwenspersonen integriteit en ongewenste omgangsvormen en Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen AZ
In deze regeling wordt verstaan onder: – betrokkene: degene op wie het vermoeden van schending van de integriteit of een misstand, de melding of de klacht betrekking heeft; – commissie: de in artikel 9 ingestelde klachtencommissie; – klacht: schriftelijke klacht over ongewenste omgangsvormen; – klager: de medewerker die een klacht heeft ingediend bij de commissie; – Manager Unit P&O/I: Manager Unit Personeel, Organisatie en Innovatie van de directie Bedrijfsvoering van het ministerie; – medewerker: degene die werkzaamheden verricht of heeft verricht bij het ministerie; – minister: Minister van Algemene Zaken; – ministerie: Ministerie van Algemene Zaken; – ongewenste omgangsvormen: factoren van direct of indirect onderscheid in de arbeidssituatie met inbegrip van intimidatie, seksuele intimidatie, agressie, geweld en pesten, die stress teweeg brengen; – secretaris-generaal: secretaris-generaal van het ministerie; – UBR | Personeel i.o: desbetreffende onderdeel van de Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; – vermoeden van een misstand: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, aanhef en onder d, van de Wet Huis voor klokkenluiders; – vertrouwenspersoon: de in artikel 3, eerste lid, bedoelde, als zodanig aangewezen persoon.