Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen

Rvb

Huidige tekst

Artikel 2 Rvb

Geldt sinds 17 april 2020

  1. 1

    Het COA is belast met het voorzien in de noodzakelijke bestaansvoorwaarden voor de volgende categorieën vreemdelingen gedurende de daarbij aangegeven termijn: a.een slachtoffer van mensenhandel dat rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, onder f of h, van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het verlenen van medewerking aan opsporing en vervolging terzake van overtreding van artikel 273f van het Wetboek van strafrecht danwel op grond van artikel 8, onder k, van die wet en ten aanzien van wie door respectievelijk de Immigratie- en Naturalisatiedienst of de korpschef aan het COA een schriftelijke verklaring als bedoeld in het tweede lid is afgegeven, vanaf het tijdstip waarop de verklaring is afgegeven tot het moment waarop het rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, onder f, h of k, van de Vreemdelingenwet 2000 is geëindigd; b.een hier te lande verblijvende getuige van mensenhandel die in verband met de aangifte van overtreding van artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onder f of h van de Vreemdelingenwet 2000 en ten aanzien van wie door de korpschef of de Immigratie- en Naturalisatiedienst aan het COA een schriftelijke verklaring als bedoeld in het tweede lid is afgegeven, vanaf het tijdstip waarop de verklaring tot het moment waarop het rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, onder f of h van de Vreemdelingenwet 2000 is geëindigd. c. een hier te lande verblijvende vreemdeling, die in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming een aanvraag heeft ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 en ten aanzien van wie door de korpschef of de Immigratie- en Naturalisatiedienst aan het COA een schriftelijke verklaring als bedoeld in het tweede lid is afgegeven, vanaf het tijdstip waarop de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning, blijkens de verklaring is ingediend, tot het moment waarop het rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, onder f of h van de Vreemdelingenwet 2000 is geëindigd. d. een hier te lande verblijvende vreemdeling, aan wie een verblijfsvergunning is verleend in verband met het zijn van slachtoffer van mensenhandel, die de ouder of verzorger is van één of meer minderjarige, bij deze vreemdeling verblijvende kinderen, die rechtmatig verblijf hebben op grond van artikel 8, onder f, g of h van de Vreemdelingenwet 2000, ten aanzien van wie door de Immigratie- en Naturalisatiedienst aan het COA een schriftelijke verklaring als bedoeld in het tweede lid is afgegeven, tot het moment waarop het rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, onder f, g of h van de Vreemdelingenwet 2000 is geëindigd; e. een samen met tenminste één ouder of verzorger hier te lande verblijvende minderjarige vreemdeling, niet zijnde een vreemdeling als bedoeld in onderdeel c, die geen aanspraak heeft op verstrekkingen op grond van enig ander wettelijk voorschrift en die blijkens een schriftelijke verklaring van de Immigratie- en Naturalisatiedienst aan het COA rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, onder f, g, of h, van de Vreemdelingenwet 2000, vanaf het moment dat het rechtmatig verblijf, bedoeld in artikel 8, onder f, g, of h, van de Vreemdelingenwet 2000, is verkregen tot het moment waarop dit rechtmatig verblijf is geëindigd; f. een hier te lande verblijvende vreemdeling die in verband met de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning op grond van eergerelateerd geweld, huiselijk geweld of in verband met het zijn van slachtoffer van mensenhandel, niet zijnde de vreemdeling bedoeld in onderdeel a, rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onder f, g, of h, van de Vreemdelingenwet 2000 en ten aanzien van wie door de Immigratie- en Naturalisatiedienst aan het COA een schriftelijke verklaring als bedoeld in het tweede lid is afgegeven, vanaf het tijdstip waarop de schriftelijke verklaring is afgegeven tot het moment waarop het rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, onder f, g of h, van de Vreemdelingenwet 2000 is geëindigd; g. een in verband met eergerelateerd of huiselijk geweld dan wel mensenhandel hier te lande verblijvende vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van een bijzondere geprivilegieerde status; h. een in verband met eergerelateerd of huiselijk geweld dan wel mensenhandel hier te lande verblijvende gemeenschapsonderdaan, bedoeld in artikel 1 van de Vreemdelingenwet 2000, die: 1°. rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onder e, van de Vreemdelingenwet 2000, gedurende drie maanden na inreis; of 2°. indien de periode van drie maanden na inreis verstreken is, blijkens een schriftelijke verklaring van de Immigratie- en Naturalisatiedienst aan het COA, rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onder f, g, h of k, van de Vreemdelingenwet 2000, totdat drie maanden in de noodzakelijke bestaansvoorwaarden is voorzien; of 3°. indien de periode van drie maanden na inreis nog niet verstreken is, rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onder e, van de Vreemdelingenwet 2000 en daaropvolgend blijkens een schriftelijke verklaring van de Immigratie- en Naturalisatiedienst aan het COA rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onder f, g, h of k, van de Vreemdelingenwet 2000, totdat drie maanden in de noodzakelijke bestaansvoorwaarden is voorzien.

  2. 2

    De schriftelijke verklaring, bedoeld in het eerste lid, houdt in dat de vreemdeling behoort tot één van de in het eerste lid bedoelde categorieën vreemdelingen.

  3. 3

    Het COA is ten aanzien van vreemdelingen die rechtmatig verblijf hebben in verband met eergerelateerd of huiselijk geweld uitsluitend belast met het voorzien in de noodzakelijke bestaansvoorwaarden indien zij verblijven in een instelling voor vrouwenopvang.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2022:16122Rechtbank Den Haag, 22 december 2022 (vreemdelingenrecht)

    Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen (Rvb) - verweerder mag uitgaan van de datum die is vermeld op het besluit van de staatssecretaris - niet in geschil is dat eisers niet…

  • ECLI:NL:RBDHA:2019:10086Rechtbank Den Haag, 9 september 2019 (vreemdelingenrecht)

    Rvb, financiële toelage, Unieburger, aangifte mensenhandel, beroep gegrond.

  • ECLI:NL:RBDHA:2019:6007Rechtbank Den Haag, 6 mei 2019 (bestuursrecht)

    Vw, regulier, geen uitkering Rvb, want niet voldaan aan het mvv-vereiste

  • ECLI:NL:RVS:2014:167Raad van State, 22 januari 2014 (bestuursrecht)

    Bij onderscheiden besluiten van 7 april 2011 en 22 augustus 2011 heeft het COa onderscheiden aanvragen van de vreemdeling om haar krachtens de Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën…

  • ECLI:NL:RVS:2013:2549Raad van State, 17 december 2013 (vreemdelingenrecht)

    Bij besluit van 21 mei 2012 heeft het COa een aanvraag van de vreemdeling om hem krachtens de Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen (hierna: de Rvb) verstrekkingen te verlenen…

  • ECLI:NL:RVS:2013:1441Raad van State, 2 oktober 2013 (vreemdelingenrecht)

    Bij onderscheiden besluiten van 7 maart 2011 en 28 april 2011 heeft het COa aanvragen van de vreemdelingen om hun krachtens de Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen (hierna: de…

  • ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2775Rechtbank 's-Gravenhage, 22 juni 2012 (vreemdelingenrecht)

    Rvb, buiten behandelingstelling Eiseres voldoet niet aan de voorwaarden van een van de categorieën slachtoffers van mensenhandel van artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a, f en g van de Rvb.…

  • ECLI:NL:RBSGR:2009:BK3052Rechtbank 's-Gravenhage, 7 oktober 2009 (vreemdelingenrecht)

    Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat niet is voldaan aan de termijn als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Rvb. Omdat de aanvragen over de periode waarop de aanvraag ziet niet telkens…

20 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.