Huidige tekst
Artikel 3 Regeling verstrekking gegevens doodsoorzaken CBS
toetsingscommissie 1 De directeur-generaal stelt een toetsingscommissie in voor de verstrekking van doodsoorzaakgegevens. 2 De directeur-generaal wint ten behoeve van de verstrekking van doodsoorzaakgegevens het advies in van de toetsingscommissie. 3 De toetsingscommissie heeft als taak: a.het toetsen van onderzoeksvoorstellen aan de hand van de voorwaarden van artikel 42a van de wet en artikel 5; b.het adviseren aan de directeur-generaal over het verzoek, op basis van de uitkomst van de toetsing, bedoeld in onderdeel a. 4 In de toetsingscommissie hebben zitting: 1°. een vertegenwoordiger voor de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek en de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen; 2°. een vertegenwoordiger van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst; 3°. een vertegenwoordiger van de Federatie van Medisch-Wetenschappelijke Verenigingen; 4°. een vertegenwoordiger van de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek; 5°. een vertegenwoordiger van de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie. 5 Een vertegenwoordiger van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd en de medisch ambtenaar van het CBS nemen zitting in de toetsingscommissie als toegevoegd lid zonder stemrecht. 6 De leden, bedoeld in het vierde lid, worden door de directeur-generaal benoemd voor de duur van 5 jaar. Zij kunnen eenmaal voor een zelfde periode worden herbenoemd. 7 De toetsingscommissie heeft een onafhankelijke voorzitter die door de directeur-generaal wordt benoemd voor de duur van vijf jaar. In het secretariaat van de toetsingscommissie wordt voorzien vanwege het CBS. 8 De toetsingscommissie komt ten minste eenmaal per jaar bijeen. 9 De toetsingscommissie werkt volgens een door de directeur-generaal goed te keuren reglement van orde. 10 De directeur-generaal kan aan de voorzitter en de leden een vacatiegeld toekennen ten laste van het CBS. 11 De toetsingscommissie maakt een jaarverslag dat zij vóór 1 april van het daarop volgende jaar aan de directeur-generaal zendt. 12 De directeur-generaal kan eisen stellen aan de inrichting van het jaarverslag, bedoeld in het elfde lid. 13 De directeur-generaal stelt het jaarverslag, bedoeld in het elfde lid, vast en doet hiervan mededeling in de Staatscourant.