Regeling vergoeding voor overwerk, onregelmatigheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid

VROB

Huidige tekst

Artikel 8 VROB

Geldt sinds 1 maart 1987

  1. 1

    Aan de militair met de rang van luitenant ter zee der 1e klasse dan wel majoor, of met een lagere rang dan wel zonder rang wordt voor: a.varen, oefenen en bijzondere inzet korter durend dan een etmaal: b.het verrichten van functionele werkzaamheden, een vergoeding voor overwerk in vrije uren toegekend, indien als gevolg daarvan de voor de militair in het rooster voor die werkdag vastgestelde arbeidsduur wordt overschreden.

  2. 2

    Voor de toepassing van het eerste lid wordt een overschrijding van korter dan een half uur op enige werkdag niet meegerekend.

  3. 3

    De in het eerste lid genoemde vergoeding in vrije uren dient door de militair binnen de meetperiode te worden verroosterd. Het door de militair meenemen van de niet verroosterde uren naar een volgende meetperiode is niet toegestaan. Vooruitlopend op het daadwerkelijk ontstaan van een aanspraak op de vergoeding in vrije uren kan de commandant toestaan dat deze uren voor afloop van de meetperiode worden verroosterd. Verroostering vindt niet plaats indien het dienstbelang dat niet toestaat.

  4. 4

    Indien na afloop van de meetperiode blijkt dat de maximale arbeidsduur is overschreden, dan wordt de militair een vergoeding voor overwerk in geld toegekend.

  5. 5

    De maximale arbeidsduur, bedoeld in het vierde lid, is de gemiddelde arbeidsduur per week waarvoor het rooster van de militair over de meetperiode is vastgesteld. In deze gemiddelde arbeidsduur zijn de aan de militair toegekende aanspraken, of de met de militair gemaakte afspraken die leiden tot een aanpassing van de arbeidsduur van zijn rooster, verwerkt.

  6. 6

    Bij de vaststelling van de overschrijding van de maximale arbeidsduur als bedoeld in het eerste en vierde lid blijven buiten beschouwing: a.meerdaagse activiteiten, bedoeld in artikel 6; b.functionele werkzaamheden die worden verricht buiten de in het rooster vastgestelde dagelijkse werktijden, zonder dat daarvoor door de commandant uitdrukkelijk opdracht is gegeven.

  7. 7

    De in het vierde lid bedoelde vergoeding voor overwerk in geld bedraagt per uur 1/165 deel van het voor de betrokken militair geldende maandsalaris, als bedoeld in de bijlagen A en B van het Inkomstenbesluit militairen.

  8. 8

    Voor de toepassing van het vierde en zevende lid wordt een periode van een half uur of langer naar boven afgerond, een periode korter dan een half uur naar beneden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CRVB:2007:BB6614Centrale Raad van Beroep, 18 oktober 2007 (ambtenarenrecht)

    Begrippen consignatie en werktijd/arbeidsduur. Inhoud die daaraan in het AMAR is gegeven. Uitvoering op grond van de VROB.

  • ECLI:NL:CRVB:2005:AU5320Centrale Raad van Beroep, 12 oktober 2005 (ambtenarenrecht)

    Consignatiedienst. Uitbetaling overuren. Afwijzing van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening. Ontbreken spoedeisend belang.

  • ECLI:NL:RBSGR:2005:AT8947Rechtbank 's-Gravenhage, 9 juni 2005 (ambtenarenrecht)

    Aan eiser is op 15 en 16 maart 2003 en 21 april 2003 gedurende in totaal 24 uur consignatie opgelegd op zijn huisadres. Tijdens deze consignatie heeft hij op grond van een oproep gedurende in totaal…

  • ECLI:NL:RBSGR:2005:AT7507Rechtbank 's-Gravenhage, 20 mei 2005 (ambtenarenrecht)

    [...] Eiser meent dat verweerder onrechtmatig handelt door aan hem buiten de 40-urige werkweek extra werkzaamheden op te dragen in de avond, de nacht en het weekend zonder dat aan hem daarvoor op…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.