Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen

Huidige tekst

Artikel 20 Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen

Geldt sinds 21 oktober 2017

  1. 1

    Een luchthaven is zodanig gelegen dat: a.het landen en opstijgen kan geschieden, zonder dat daarbij behoeft te worden gevlogen boven gebieden met aaneengesloten woonbebouwing of kunstwerken, met inbegrip van industrie- en havengebieden; b.in de onmiddellijke omgeving van de luchthaven voldoende geschikte gronden aanwezig zijn voor het uitvoeren van een nood- of voorzorgslanding; c.de luchthaven bereikbaar is voor voertuigen van hulpdiensten.

  2. 2

    Op of in de onmiddellijke nabijheid van een luchthaven die wordt gebruikt door gemotoriseerde luchtvaartuigen zijn voldoende en deugdelijke reddings- en brandblusmiddelen aanwezig voor het redden van mensenlevens en de bestrijding van branden van luchtvaartuigen alsmede voldoende en terzake kundige personen voor de bediening van deze middelen.

  3. 3

    Op een luchthaven is een windzak aanwezig die zowel de actuele windrichting als een globale indicatie van de windsnelheid boven de landingsplaats aangeeft.

  4. 4

    De windzak is op een zodanige plaats opgesteld, dat deze door de gezagvoerder, zowel vanuit de lucht als vanaf de grond, goed kan worden waargenomen.

  5. 5

    De windzak is gevrijwaard van storende invloeden op richting en snelheid van de wind.

  6. 6

    De baan van een luchthaven is vlak en heeft een dusdanige samenstelling dat het de massa van het luchtvaartuig kan dragen.

  7. 7

    Indien het oppervlak van een start- of landingsplaats van een luchthaven bestaat uit een gewas dan mag de hoogte van het gewas geen belemmering zijn voor het starten en landen.

  8. 8

    De baan, taxibaan of landingsplaats van een luchthaven zijn gemarkeerd met een doelmatige markering.

  9. 9

    In het geval een openbare weg of spoorweg in de nabijheid van een luchthaven aanwezig is, dan geldt deze als een obstakel van 5 respectievelijk 5,5 meter boven die weg of spoorweg.

  10. 10

    Het eerste, zesde, zevende en negende lid zijn van overeenkomstige toepassing op een terrein als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdelen b en c.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBOBR:2023:3260Rechtbank Oost-Brabant, 5 juli 2023 (omgevingsrecht)

    Het college van b&w heeft een omgevingsvergunning voor een zonnepark op het industrieterrein Nyrstar te Budel-Dorplein verleend. In de door de luchthaven en inwoners van het dorp Budel-Dorplein…

  • ECLI:NL:RBGEL:2018:352Rechtbank Gelderland, 29 januari 2018 (bestuursrecht)

    De burgemeester van Renkum is gevraagd om drie verklaringen van geen bezwaar op grond van de Regeling burgerluchthavens. Aanvragen zijn ingediend om met een paramotor te kunnen opstijgen vanaf drie…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.