Huidige tekst
Artikel 6 Regeling valschermspringen 2010
- 1
Als gebieden met beperkingen worden aangewezen de klimgebieden van de vaste valschermspringgebieden die zijn opgenomen in bijlage 1 behorende bij deze regeling. Deze gebieden gelden als gebieden met beperkingen, gedurende de in bijlage 1 gespecificeerde tijdstippen en voor zover die gebieden in gebruik zijn als klimgebied door een luchtvaartuig ten behoeve van valschermspringen.
- 2
Onverminderd het eerste lid, wordt als gebied met beperkingen aangewezen het klimgebied in het valschermspringgebied cluster Utrecht, opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling.
- 3
IFR-vluchten zijn binnen de gebieden, bedoeld in het eerste lid, toegestaan.
- 4
VFR-vluchten zijn onder de volgende voorwaarden toegestaan binnen de gebieden, bedoeld in het eerste lid: a.de betrokken luchtverkeersleidingsdienst is van oordeel dat het aanbod van het luchtverkeer binnen dat deel van het betrokken gebied dat binnen gecontroleerd luchtruim valt, het toelaat; b.voor contact met de grond is een tweede radioset aanwezig; c.de vlucht wordt uitgevoerd als een gecontroleerde VFR-vlucht; d.de gezagvoerder van het betrokken luchtvaartuig onderhoudt voortdurend tweezijdig radiocontact met de betrokken luchtverkeersdienst, tenzij anders aangegeven door deze dienst; e.de SSR-transponder wordt ingesteld op de code, verkregen van de betrokken luchtverkeersleidingsdienst, en f.indien de radioverbinding tussen het luchtvaartuig en de luchtverkeersdienst is verbroken: 1°. worden geen valschermsprongen uitgevoerd; 2°. wordt de transpondercode 7600 ingesteld, en 3°. wordt gedurende 3 minuten de op dat moment gevlogen hoogte gehandhaafd, waarna wordt teruggekeerd naar het luchtvaartterrein van vertrek.