Regeling vaargebieden vissersvaartuigen

Huidige tekst

Artikel 1 Regeling vaargebieden vissersvaartuigen

Geldt sinds 31 mei 2002

Omschrijvingen 1 In deze regeling wordt verstaan onder: noordelijk vaargebied: de wateren ten noorden van de grens die wordt gevormd door de parallel van 62° NB van de westkust van Noorwegen tot 4° WL, vandaar door de meridiaan van 4° WL tot 60°30' NB, vandaar door de parallel van 60°30' NB tot 5° WL, vandaar door de meridiaan van 5° WL tot 60° NB, vandaar door de parallel van 60° NB tot 15° WL, vandaar door de meridiaan van 15° WL tot 62° NB, vandaar door de parallel van 62° NB tot 27° WL, vandaar door de meridiaan van 27° WL tot 59° NB en vandaar door de parallel van 59° NB naar het westen, met uitzondering van de Oostzee; zwaar drijfijs: drijfijs dat ten minste 80% van de oppervlakte van de zee bedekt; zuidelijk vaargebied: de Middellandse Zee en de kustwateren van het zomervaargebied van de Atlantische Oceaan binnen een afstand van 20 mijl van de kust van Spanje en Portugal, zoals bedoeld in Hoofdstuk V van Bijlage I bij het Schepenbesluit 1965; besluit: het Vissersvaartuigenbesluit 2002.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.