Regeling urine onderzoek jeugdigen

Huidige tekst

Artikel 10 Regeling urine onderzoek jeugdigen

Geldt sinds 17 juli 2011

  1. 1

    Indien gebruik van gedragsbeïnvloedende middelen is vastgesteld of de jeugdige weigert aan het urine onderzoek mee te werken, dan wel is gebleken dat de jeugdige met het urinemonster heeft gefraudeerd, kan de jeugdige een disciplinaire straf worden opgelegd.

  2. 2

    Indien de jeugdige na het verstrijken van de in artikel 3, vierde lid, gestelde termijn van vier uur nog geen urine heeft afgestaan, wordt dit gelijk gesteld met een weigering medewerking te verlenen aan het urine onderzoek.

  3. 3

    In afwachting van de uitslag van een herhalingsonderzoek dan wel een bevestigingsonderzoek wordt de tenuitvoerlegging van een disciplinaire straf opgeschort.

  4. 4

    In afwachting van de uitslag van een herhalingsonderzoek dan wel een bevestigingsonderzoek kan onder meer: a. de effectuering van verlof of strafonderbreking worden geschorst, dan wel opgeschort. b. de effectuering van een scholings- en trainingsprogramma worden geschorst, dan wel opgeschort.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.