Regeling ter uitvoering van de Wet openbaarheid van bestuur (Binnenlandse Zaken)

Huidige tekst

Artikel 7 Regeling ter uitvoering van de Wet openbaarheid van bestuur (Binnenlandse Zaken)

Geldt sinds 1 januari 1983

7.1 Bij het beantwoorden binnen redelijke termijn van verzoeken om informatie dient zowel de aard van het verzoek als het belang van de verzoeker daarbij in aanmerking te worden genomen. 7.2 Vertegenwoordigers van publiciteitsmedia ontvangen binnen een termijn van drie dagen ten minste de mededeling of de gevraagde informatie in enigerlei vorm zal worden verstrekt. De feitelijke informatieverstrekking dient in beginsel binnen één week te worden verstrekt, tenzij te verkrijgen ambtsberichten of interdepartementaal overleg dat verhinderen. 7.3 Van vertraging in de beantwoording dient schriftelijk onder opgaaf van redenen aan de informatieverzoeker mededeling te worden gedaan. 7.4 Het hoofd van de stafafdeling Voorlichting is belast met een correcte naleving van de aangeduide antwoordtermijn. 7.5 Beantwoording van informatieverzoeken van particulieren behoort in beginsel binnen een termijn van drie weken te geschieden, tenzij één der in artikel 7.2, genoemde redenen of wel het belang van een vlotte doorgang der werkzaamheden dat verhindert. In dat geval wordt een mededeling, als genoemd in artikel 7.3, aan de informatieverzoeker verzonden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.