Regeling specifieke uitkering tijdelijke ondersteuning toezicht en handhaving

Huidige tekst

Artikel 8 Regeling specifieke uitkering tijdelijke ondersteuning toezicht en handhaving

Geldt sinds 25 december 2020

Vaststelling en terugvordering 1 De minister stelt de uitkering vast binnen zesentwintig weken na de ontvangst van de in artikel 7, eerste lid, genoemde verantwoording, respectievelijk van de in het derde lid van dat artikel genoemde aanvulling. 2 De minister stelt de uitkering overeenkomstig de verstrekking vast, tenzij: a.de uitkering niet of niet volledig is besteed aan de kosten, bedoeld in artikel 6, eerste lid; b.de gemeente waaraan de uitkering is verleend niet heeft voldaan aan de aan de uitkering verbonden verplichtingen; c.de gemeente onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot een specifieke uitkering zou hebben geleid, of d.de verlening van de uitkering onjuist was en de gemeente waaraan de uitkering is verleend dit wist of behoorde te weten. 3 De minister kan onverschuldigd betaalde bedragen terugvorderen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.