Huidige tekst
Artikel 4.4 Regeling specifieke uitkering aanvullende seksuele gezondheidzorg
Hoogte van de uitkering 1 De uitkering voor activiteiten in het kader van PrEP-zorg, bedoeld in artikel 4.1, en de coördinatie daarvan bedraagt voor de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2024 ten hoogste: a.€ 373.794,– voor de GGD van de gemeente Amsterdam; b.€ 148.083,– voor de GGD Regio Gelderland Zuid; c.€ 68.952,– voor de GGD Groningen; d.€ 83.675,– voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag; e.€ 151.826,– voor de GGD Rotterdam-Rijnmond; f.€ 135.046,– voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant; g.€ 69.092,– voor de GGD Zuid-Limburg; h.€ 73.628,– voor de GGD Regio Utrecht. 2 De uitkering voor activiteiten in het kader van PrEP-zorg, bedoeld in artikel 4.1, en de coördinatie daarvan bedraagt voor het kalenderjaar 2025 ten hoogste: a.€ 934.283,– voor de GGD van de gemeente Amsterdam; b.€ 370.128,– voor de GGD Regio Gelderland Zuid; c.€ 172.342,– voor de GGD Groningen; d.€ 209.143,– voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag; e.€ 379.482,– voor de GGD Rotterdam-Rijnmond; f.€ 337.543,– voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant; g.€ 172.693,– voor de GGD Zuid-Limburg; h.€ 184.032,– voor de GGD Regio Utrecht. 3 De uitkering voor activiteiten in het kader van PrEP-zorg, bedoeld in artikel 4.1, en de coördinatie daarvan bedraagt voor het kalenderjaar 2026 ten hoogste: a.€ 896.911,68 voor de GGD van de gemeente Amsterdam; b.€ 355.322,88 voor de GGD Regio Gelderland Zuid; c.€ 165.448,32 voor de GGD Groningen; d.€ 200.777,28 voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag; e.€ 364.302,72 voor de GGD Rotterdam-Rijnmond; f.€ 324.041,28 voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant; g.€ 165.785,28 voor de GGD Zuid-Limburg; h.€ 176.670,72 voor de GGD Regio Utrecht. 4 De minister kan de maximumbedragen van de uitkering jaarlijks indexeren.