Regeling recreatieve luchtvaart op militaire luchthavens

Huidige tekst

Artikel 3 Regeling recreatieve luchtvaart op militaire luchthavens

Geldt sinds 1 januari 2017

Hoofdvliegcoördinator 1 De commandant van de militaire luchthaven waarop recreatieve luchtvaart plaatsvindt, wijst op voordracht van de recreatieve vliegclubs die gevestigd zijn op de betrokken luchthaven, een hoofdvliegcoördinator aan. 2 De hoofdvliegcoördinator voldoet aan de volgende eisen: beschikken over voldoende luchtvaartkennis en luchtvaartervaring blijkens: 1e. het bezit van een geldig militair vliegbewijs met ervaring in zweefvliegactiviteiten, of 2e. het bezit van een geldig vliegbewijs privévlieger met ervaring in zweefvliegactiviteiten, of 3e. het bezit van een geldig zweefvliegbewijs met bevoegdverklaring sleepvliegen of zweefvliegonderricht of motorzweefvliegen, waarbij enige vliegervaring met gecombineerd motor- en zweefvliegen, indien dat op de desbetreffende militaire luchthaven wordt beoefend, gewenst is, of 4°. een kwalificatie als militair of burgerluchtverkeersleider of gewezen militair of burgerluchtverkeersleider.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.