Huidige tekst
Artikel 12 Regeling politiehonden
Keuringsvoorschriften AOT-hond 1 Aan een keuring van een combinatie van een geleider en een AOT-hond kunnen deelnemen ambtenaren van politie die sedert tenminste twee jaar behoren tot een aanhoudings- en ondersteuningsteam en die zijn aangewezen als geleider. 2 De keuring van een combinatie van geleider en AOT-hond geschiedt door de keuringscommissie voor de AOT-hond op basis van het keuringsreglement voor de AOT-hond. 3 Het keuringsreglement voor de AOT-hond bevat ten minste de volgende eisen: a.volgzaamheid en gehoorzaamheid van de AOT-hond aan de geleider; b.het kunnen participeren in procedures temidden van de leden van het aanhoudings- en ondersteuningsteam; c.het onder bepaalde omstandigheden, op een bepaalde afstand, niet hoorbaar zijn; d.de vaardigheid van de AOT-hond in het kunnen nemen van alle hindernissen die voor een goed functioneren in de praktijk noodzakelijk zijn; en e.het vermogen van de AOT-hond om op commando van de geleider geweld tegen derden toe te passen respectievelijk te beëindigen. 4 De AOT-hond wordt gedurende de keuring geleid door zijn geleider. 5 Indien de keuring niet met goed gevolg wordt afgelegd, bestaat de mogelijkheid van maximaal twee herkansingen.