Regeling overgangsbekostiging vereenvoudiging bekostiging vo

Huidige tekst

Artikel 2 Regeling overgangsbekostiging vereenvoudiging bekostiging vo

Geldt sinds 1 augustus 2022

Vaststelling landelijke gemiddelde personeelslast per 1 januari 2022 1 Voor de directie bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats, bedoeld in artikel 84, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op het voortgezet onderwijs, zoals die luidde op 30 september 2021, per 1 januari 2022: a.€ 102.122,14 voor schoolsoortgroep 1; b.€ 121.883,59 voor schoolsoortgroep 2; c.€ 120.582,59 voor schoolsoortgroep 3; en d.€ 117.129,80 voor schoolsoortgroep 4. 2 Voor de leraren bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats, bedoeld in artikel 84, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op het voortgezet onderwijs, zoals die luidde op 30 september 2021, per 1 januari 2022: a.€ 94.746,49 voor schoolsoortgroep 1; b.€ 107.455,40 voor schoolsoortgroep 2; c.€ 102.205,82 voor schoolsoortgroep 3; en d.€ 97.267,51 voor schoolsoortgroep 4. 3 Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats, bedoeld in artikel 84, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op het voortgezet onderwijs, zoals die luidde op 30 september 2021, per 1 januari 2022 € 56.317,16, ongeacht de schoolsoortgroep.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.