Regeling naturalisatietoets Nederland

Huidige tekst

Artikel 6 Regeling naturalisatietoets Nederland

Geldt sinds 28 juni 2025

  1. 1

    Geen verplichting tot het afleggen van de onderdelen van het inburgeringsexamen genaamd de examinering van mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal op ten minste het niveau A2 van het Europees Raamwerk voor Moderne Vreemde talen en de examinering van de kennis van de Nederlandse samenleving, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdelen b en c, van de Wet inburgering, heeft op grond van artikel 4, eerste lid, aanhef en onder b, van het besluit, de verzoeker die een beschikking van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid overlegt, waaruit blijkt dat hij op grond van artikel 6, tweede lid, van de Wet inburgering wegens aangetoonde geleverde inspanningen van die onderdelen van het inburgeringsexamen is ontheven.

  2. 2

    Geen verplichting tot het afleggen van de naturalisatietoets op grond van artikel 4, aanhef en onder b, van het besluit, heeft de verzoeker die een beschikking van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid overlegt waaruit blijkt dat hij op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet inburgering, zoals deze wet luidde op 30 september 2017, is ontheven van de inburgeringsplicht wegens aantoonbaar geleverde inspanningen om aan die plicht te voldoen.

  3. 3

    Geen verplichting tot het afleggen van de naturalisatietoets op grond van artikel 4, aanhef en onder b, van het besluit, heeft de verzoeker die een beschikking van het college van burgemeester en wethouders overlegt waaruit blijkt dat hij op grond van artikel 31, tweede lid, onder c, van de Wet inburgering, zoals deze wet luidde op 31 december 2012, is ontheven van de inburgeringsplicht omdat het college op grond van door de inburgeringsplichtige aantoonbaar geleverde inspanningen tot het oordeel komt dat het voor hem redelijkerwijs niet mogelijk is het inburgeringsexamen te behalen.

  4. 4

    Geen verplichting tot het afleggen van de naturalisatietoets op grond van artikel 4, aanhef en onder b, van het besluit, heeft de verzoeker die een advies van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap overlegt inhoudende dat ondanks aantoonbaar geleverde inspanningen van hem niet kan worden verwacht dat hij de naturalisatietoets met succes aflegt.

  5. 5

    DUO geeft het in het vierde lid bedoelde advies in ieder geval op diens verzoek af aan de vreemdeling die: a.ten minste driemaal heeft deelgenomen aan de niet behaalde onderdelen van de naturalisatietoets, waarvan ten hoogste twee van de examenpogingen de overeenkomstige onderdelen van het staatsexamen Nederlands als tweede taal betreffen, en ten minste 600 uur bij een cursusinstelling met het Blik op Werk-keurmerk heeft deelgenomen aan: 1°. een inburgeringscursus; 2°. een combinatie van een alfabetiseringscursus en een inburgeringscursus, waarbij ten minste 200 uur besteed is aan de inburgeringscursus; 3°. een cursus Nederlands als tweede taal; of 4°. een combinatie van een inburgeringscursus en een cursus Nederlands als tweede taal; b.ten minste 600 uur heeft deelgenomen aan een alfabetiseringscursus bij een cursusinstelling met het Blik op Werk Keurmerk en uit een door DUO afgenomen toets blijkt dat de vreemdeling niet het leervermogen heeft om de naturalisatietoets te halen; of c.ten minste 600 uur heeft deelgenomen aan een combinatie van een alfabetiseringscursus en een inburgeringscursus, beide aan een cursusinstelling met het Blik op Werk Keurmerk, waarvan ten minste 300 uur besteed is aan de alfabetiseringscursus, en uit een door DUO afgenomen toets blijkt dat de vreemdeling niet het leervermogen heeft om de naturalisatietoets te halen.

  6. 6

    Ter zake van de door DUO afgenomen toets, bedoeld in het vijfde lid, onder b en c, is de vreemdeling aan DUO een bedrag van € 150 verschuldigd.

  7. 7

    Het vierde tot en met zesde lid is niet van toepassing op vreemdelingen die op grond van de Wet inburgering nog inburgeringsplichtig zijn voor het onderdeel genaamd het participatieverklaringstraject.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2022:3625Raad van State, 7 december 2022 (vreemdelingenrecht)

    Bij besluit van 30 juni 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. De staatssecretaris heeft het verzoek…

  • ECLI:NL:RBZWB:2021:5999Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 november 2021 (bestuursrecht)

    RWNL

  • ECLI:NL:RVS:2017:190Raad van State, 25 januari 2017 (vreemdelingenrecht)

    Bij brief van 19 mei 2015 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (hierna: de minister van SZW), voor zover thans van belang, voor [appellante] een negatief advies 'aantoonbaar…

  • ECLI:NL:RVS:2011:BT8605Raad van State, 19 oktober 2011 (vreemdelingenrecht)

    Bij onderscheiden besluiten van 4 februari 2009 heeft de minister van Justitie (hierna: de minister) de verzoeken van [appellanten] om hun het Nederlanderschap te verlenen afgewezen.

  • ECLI:NL:RBROT:2010:BL8629Rechtbank Rotterdam, 22 maart 2010 (vreemdelingenrecht)

    Anders dan verweerder heeft gesteld, betreft deze brief niet slechts een bevestiging voor een afspraak voor het indienen van een verzoek tot naturalisatie. De zinsnede ‘in overleg met de heer van de…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.