Regeling nationale veiligheidsvoorschriften luchtvaartuigen

Huidige tekst

Artikel 3 Regeling nationale veiligheidsvoorschriften luchtvaartuigen

Geldt sinds 1 oktober 2020

  1. 1

    Het ontwerp van een zelf ontworpen amateurbouwluchtvaartuig voldoet aan een gelijkwaardig veiligheidsniveau als het veiligheidsniveau dat gewaarborgd wordt door de luchtwaardigheidseisen voor: a.ballonnen: CS-31HB; b.zweefvliegtuigen: CS-22; c.motorzweefvliegtuigen: CS-22; d.lichte sportvliegtuigen: CS-LSA; e.zeer lichte vliegtuigen: CS-VLA; f.kleine vliegtuigen, niet voorzien van een turbinemotor, mits het aantal zitplaatsen niet meer dan 4 bedraagt: CS-23; g.zeer lichte helikopters: CS-VLR; h.kleine helikopters, niet voorzien van een turbinemotor, mits het aantal zitplaatsen niet meer dan 4 bedraagt: CS-27; of i.replica's: oorspronkelijke certificatiebasis.

  2. 2

    Voor de radiocommunicatie-, navigatie-, en identificatieapparatuur gelden de eisen inzake uitrustingsstukken en de verplichte instrumenten zijn van een toegelaten type.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.