Huidige tekst
Artikel 4 Regeling middelenonderzoek bij geweldplegers
- 1
Voor de bloedafname ten behoeve van het bloedonderzoek, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van het Besluit worden de volgende hulpmiddelen voorgeschreven: a.twee glazen buizen elk met een inhoud van 5 milliliter die ten minste 4 milligram per milliliter inhoud van de buis natriumfluoride bevatten en voldoende heparinenatrium voor antistolling van het bloed of twee plastic buizen elk met een inhoud van 4 milliliter die ten minste 2 milligram per milliliter inhoud van de buis natriumfluoride bevatten en voldoende kaliumoxalaat voor antistolling van het bloed; b.een universeel bloedafname systeem, voorzien van een prikbeschermer na bloedafname; c.een alcoholvrij ontsmettingsdoekje op basis van 2% chloorhexidine; d.een steriel verpakt gaascompres; e.een steriel verpakte wondpleister.
- 2
De hoeveelheid bloed die wordt afgenomen voor het bloedonderzoek, bedraagt bij voorkeur 8 milliliter, maar ten minste 3 milliliter.
- 3
De arts of verpleegkundige verdeelt de door hem afgenomen hoeveelheid bloed evenredig over twee buisjes.
- 4
Voor de verzending van de buisjes, bedoeld in het derde lid, wordt de volgende verpakking voorgeschreven: a.een hard plastic doos voorzien van dubbelzijdig foam interieur; b.een lekvrije 95 kPa-zak, gecertificeerd voor vervoer van buisjes; c.een absorberende buizenhouder bestemd voor tenminste twee buisjes; d.drie fraudebestendige sluitzegels.