Huidige tekst
Artikel 5 Regeling metingsvoorschriften
- 1
De netto-tonnage (NT) van een schip wordt vastgesteld door middel van de volgende formule: NT = K2 Vc (4d/3D)² + K3 (N1 + N2/10), waarbij: a) de faktor (4d/3D)² niet groter mag zijn dan 1; b) de term K2 Vc (4d/3D)² niet minder mag zijn dan 0,25 GT; en c) NT niet minder mag zijn dan 0,30 GT, en waarbij: Vc = het totale volume van de ladingsruimten in kubieke meters, K2 = 0.2 + 0.02 log Vc (of zoals volgens tabel in bijlage II), K3 = 1.25 (GT + 10000)/10000, D = holte naar de mal midscheeps gemeten in meters als omschreven in artikel 2, onder b, d = diepgang naar de mal midscheeps gemeten in meters als omschreven in het tweede lid van dit artikel. N1 = aantal slaapplaatsen voor passagiers in hutten met niet meer dan acht kooien, N2 = aantal overige passagiers, N1 + N2 = totaal aantal passagiers dat het schip volgens het veiligheidscertificaat voor passagiersschepen mag vervoeren; indien N1 + N2 minder is dan 13, worden N1 en N2 geacht gelijk te zijn aan nul, GT = bruto-tonnage van het schip als vastgesteld krachtens het bepaalde in artikel 4. 2 de diepgang naar de mal d, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, is een van de navolgende diepgangen: a.de diepgang overeenkomende met de lijn voor zomeruitwatering, niet de lijn voor houtvaartuitwatering zijnde, zoals aangegeven op het uitwateringscertificaat; b.voor passagiersschepen de diepgang overeenkomende met de hoogstgelegen indelingslastlijn zoals aangegeven op het veiligheidscertificaat voor passagiersschepen; c.voor schepen waaraan geen uitwateringslijn is toegekend: de maximaal toegestane diepgang dan wel 75 procent van de holte naar de mal midscheeps gemeten als omschreven in artikel 2, onder b.