Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011

Huidige tekst

Artikel 23 Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011

Geldt sinds 1 april 2023

  1. 1

    Het CBR besluit dat betrokkene zich dient te onderwerpen aan een onderzoek naar de geschiktheid, bedoeld in artikel 131, eerste lid, van de wet indien: a.bij betrokkene een adem- of bloedalcoholgehalte is geconstateerd dat gelijk is aan of hoger is dan 785 µg/l, respectievelijk 1,8‰; b.bij betrokkene, in de hoedanigheid van beginnende bestuurder, een adem- of bloedalcoholgehalte is geconstateerd dat gelijk is aan of hoger is dan 570 µg/l, respectievelijk 1,3‰; c.ten aanzien van betrokkene binnen een periode van vijf jaar tenminste drie maal proces-verbaal is opgemaakt op verdenking van overtreding van artikel 8, tweede, derde of vierde lid, van de wet, waarbij bij één van die verdenkingen een adem- of bloedalcoholgehalte is geconstateerd dat hoger is dan 220 µg/l, respectievelijk 0,5‰, dan wel 88 µg/l, respectievelijk 0,2‰ indien een van de feiten is begaan als beginnende bestuurder, of waarbij hij ten minste eenmaal heeft geweigerd mee te werken aan een onderzoek als bedoeld in dat artikel; d.betrokkene niet in aanmerking komt voor een lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer, op grond van een of meer van de in artikel 8 genoemde onderdelen a, b, d, e, f, g, h of i. e. betrokkene op grond van artikel 12 niet in aanmerking komt voor een educatieve maatregel alcohol en verkeer; f. betrokkene op grond van artikel 18 niet in aanmerking komt voor een educatieve maatregel drugs en verkeer; g. ten aanzien van betrokkene binnen vijf jaar ten minste twee keer proces-verbaal is opgemaakt wegens verdenking van overtreding van artikel 8, eerste of vijfde lid, van de wet of wegens het weigeren mee te werken aan een bloedonderzoek als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, en de politie in het proces-verbaal aanvullende gegevens heeft opgenomen betreffende het gedrag of de uiterlijke kenmerken van de betrokkene, diens rijgedrag, dan wel andere omstandigheden, die leiden tot het vermoeden van rijden onder invloed van drogerende stoffen.

  2. 2

    Het CBR besluit voorts dat betrokkene zich dient te onderwerpen aan een onderzoek naar de rijvaardigheid, meer in het bijzonder het rijgedrag, indien: a.betrokkene op grond van artikel 15, onderdeel d, niet in aanmerking komt voor een educatieve maatregel gedrag en verkeer, of b.in geval van feiten of omstandigheden als genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage onder A, onderdeel IV, Herhaaldelijk niet of niet op de juiste wijze naleven van essentiële verkeersregels dan wel verkeerstekens.

  3. 3

    Het CBR besluit ten slotte dat betrokkene zich dient te onderwerpen aan een onderzoek naar de rijvaardigheid dan wel geschiktheid: a.in geval van feiten of omstandigheden als genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage onder A, onderdelen I, Vaardigheid in het omgaan met het motorrijtuig, of II. Bedrevenheid in het deelnemen aan het verkeer; b.in geval van feiten of omstandigheden als genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage onder B, onderdelen I en II; c.indien betrokkene op grond van artikel 21, onderdelen a, b, c, f, g of h niet in aanmerking komt voor een lichte educatieve maatregel gedrag en verkeer; of d.indien betrokkene op grond van artikel 15, onderdelen a, b, c, e, f of g, niet in aanmerking komt voor een educatieve maatregel gedrag en verkeer.

  4. 4

    Indien de mededeling, bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de wet is gedaan op basis van feiten en omstandigheden als genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage 1, vermeld onder A, onderdeel IV, Herhaaldelijk niet of niet op de juiste wijze naleven van essentiële verkeersregels dan wel verkeerstekens, kan het CBR besluiten af te zien van het opleggen van een onderzoek, indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.

  5. 5

    Het CBR kan, voor zover het een onderzoek naar de rijvaardigheid betreft, afzien van het opleggen van het in het tweede of het derde lid bedoelde onderzoek, indien de mededeling, bedoeld in artikel 130 van de wet, is gebaseerd op feiten of omstandigheden, die al eerder hebben geleid tot een mededeling gebaseerd op feiten of omstandigheden als genoemd in bijlage 1, onderdeel A, subonderdeel IV, en het CBR in het kader van die eerdere mededeling al een onderzoek naar de rijvaardigheid heeft opgelegd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2024:1621Hoge Raad, 12 november 2024 (strafrecht)

    OM-cassatie. Vrijspraak t.z.v. rijden terwijl verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat geldigheid van zijn rijbewijs was geschorst, art. 9.5 WVW 1994. Formele rechtskracht van besluit van…

  • ECLI:NL:PHR:2024:614Parket bij de Hoge Raad, 11 juni 2024 (strafrecht)

    Conclusie plv. AG. Rijden met geschorst rijbewijs (art. 9 lid 5 WVW 1994). Beginsel van de formele rechtskracht. Kon het hof bij de beantwoording van de bewijsvraag de rechtmatigheid van het besluit…

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:3555Rechtbank Noord-Holland, 1 april 2026 (bestuursrecht)

    Vovo, oplegging onderzoek naar rijgeschiktheid, rijbewijs geschorst.

  • ECLI:NL:RBROT:2025:12874Rechtbank Rotterdam, 5 november 2025 (bestuursrecht)

    Varia, ongeldigverklaring van het rijbewijs wegens niet (volledig) meewerken aan het tweede onderzoek naar zijn rijgeschiktheid. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het rijbewijs…

  • ECLI:NL:RBROT:2025:827Rechtbank Rotterdam, 24 januari 2025 (bestuursrecht)

    Varia, opleggen onderzoek rijgeschiktheid, mededeling ex. art. 130 WVW94 ontvangen nadat CBR het rijbewijs terugstuurde aan eiseres. Geen reden om af te wijken van dwingende bepalingen in de…

  • ECLI:NL:RBROT:2024:9975Rechtbank Rotterdam, 9 oktober 2024 (bestuursrecht)

    Voorlopige voorziening met kortsluiting; oplegging onderzoek drugsgebruik en schorsing rijbewijs; beroep ongegrond en verzoek afgewezen; betwisting bestuurderschap; de voorzieningenrechter ziet niet…

  • ECLI:NL:RVS:2024:3419Raad van State, 21 augustus 2024 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 2 december 2021 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen [appellant] een onderzoek naar zijn geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen opgelegd. Het CBR heeft op 7…

  • ECLI:NL:RBROT:2024:6886Rechtbank Rotterdam, 16 juli 2024 (bestuursrecht)

    Oplegging medisch onderzoek; beroep ongegrond; in dit geval heeft het CBR een vermoeden van rijongeschiktheid kunnen hebben.

39 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.