Regeling kunstenaarshonorarium

Huidige tekst

Artikel 2 Regeling kunstenaarshonorarium

Geldt sinds 28 juni 2024

Toepasselijkheid 1 Een bijdrage kunstenaarshonorarium kan worden verstrekt aan een beeldende kunstinstelling die de kunstenaar voor de in artikel 1 onder a genoemde deelprestaties minimaal overeenkomstig de honoreringsrichtlijn honoreert. 2 Voor activiteiten die plaatsvinden in 2025–2028 kan geen bijdrage worden verstrekt aan: a.instellingen die meerjarig worden ondersteund door het Mondriaan Fonds op grond van de Deelregeling Kunstpodia 2025–2028; b.instellingen die in 2025–2028 meerjarig worden ondersteund door een van de andere Rijkscultuurfondsen; c.instellingen die deel uitmaken van de culturele basisinfrastructuur 2025–2028 (bis), met uitzondering van de regionale musea, mits deze voor de betreffende activiteiten niet reeds subsidie ontvangen op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid; d.instellingen die worden ondersteund op grond van de Regeling beheer rijkscollectie en subsidiëring museale instellingen; e.instellingen die anderszins vanuit het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap middelen voor fair pay ontvangen. 3 Een bijdrage kunstenaarshonorarium wordt alleen verstrekt ten behoeve van het honoreren van beeldend kunstenaars die ten minste in het bezit is van een bachelor beeldende kunst of ten minste beschikt over drie jaar professionele werkervaring als beeldend kunstenaar. 4 Een bijdrage wordt uitsluitend verstrekt als de hoogte van het honorarium minimaal 100% van de in de richtlijn genoemde beloning bedraagt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.