Huidige tekst
Artikel 14 Regeling interventie 2017
- 1
Het opslagpand beschikt over: a.een van een geldig ijkmerk voorziene weegschaal die aan de volgende voorwaarden voldoet: – voor boter een gewichtsaanduiding tot op de tien gram nauwkeurig waarop een doos met een inhoud van 25 kilogram gewogen kan worden; – voor kaas een gewichtsaanduiding tot op de tien gram nauwkeurig waarop een eenheid met een inhoud van 25 kilogram gewogen kan worden; – voor mageremelkpoeder een gewichtsaanduiding tot op de tien gram nauwkeurig waarop een zak met een inhoud van 25 kilogram gewogen kan worden; – voor mageremelkpoeder in big bags een gewichtsaanduiding tot op de 200 gram nauwkeurig waarop een big bag met een maximaal gewicht van 1.500 kilogram gewogen kan worden; – voor varkens-, rund-, schapen- en geitenvlees een afleeseenheid op 1 kilogram nauwkeurig waarop een opslageenheid als bedoeld in artikel 19, tweede lid, in zijn geheel gewogen kan worden, en b.een bemonsteringsruimte.
- 2
De houder van het opslagpand kan de minister verzoeken om boter, kaas, mageremelkpoeder, varkens-, rund-, schapen- of geitenvlees in stellingen te mogen opslaan onder de in Bijlage 1 vermelde voorwaarden die na de inslagcontrole door de minister worden verzegeld.
- 3
De in het tweede lid bedoelde aanvraag wordt ingediend bij de minister met gebruikmaking van een door de minister ter beschikking gesteld middel.