Huidige tekst
Artikel 15 Regeling Inspectie van het onderwijs 2018
Regulier overleg 1 De Minister, de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, en de secretaris-generaal voeren ten minste vier keer per jaar overleg met de inspecteur-generaal over de hoofdlijnen van de uitoefening en de resultaten van het toezicht door de inspectie, met inbegrip van ontwikkelingen binnen de werkwijze van de inspectie en casuïstiek. 2 De secretaris-generaal en de inspecteur-generaal voeren maandelijks, dan wel vaker indien daartoe aanleiding bestaat, overleg over lopende zaken die het toezicht en de bedrijfsvoering van de inspectie betreffen. 3 De inspecteur-generaal voert ten minste twee keer per jaar overleg met de directeuren-generaal en het management van de beleidsdirecties over lange-termijnontwikkelingen binnen beleid en toezicht en de waarnemingen van de inspectie en van beleid.