Regeling immunisatie militairen 2002

Huidige tekst

Artikel 4 Regeling immunisatie militairen 2002

Geldt sinds 8 januari 2014

  1. 1

    De militair in werkelijke dienst wordt aanvullend gevaccineerd tegen: a.gele koorts, b.meningitis typen A/C/Y/W135, c.hondsdolheid, d.influenza, e.Frühsommer meningo encephalitis (FSME), f.Japanse encephalitis, en g.buiktyfus.

  2. 2

    De vaccinaties geschieden slechts voor zover de militair in het kader van de vervulling van de militaire dienst verblijft in een gebied waar de desbetreffende ziekte endemisch is, onderscheidenlijk waar een epidemie heerst van de desbetreffende ziekte, en geen bijzondere redenen bestaan om desondanks niet tot vaccinatie over te gaan. De vaccinatie tegen gele koorts geschiedt evenwel in elk geval bij uitzending naar landen die een internationaal inentingscertificaat tegen deze ziekte eisen.

  3. 3

    Ten aanzien van militairen die behoren tot een eenheid die binnen 48 uur moet kunnen worden uitgezonden, is het tweede lid niet van toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.