Regeling gebruik hoogtemeter BES

Huidige tekst

Artikel 5 Regeling gebruik hoogtemeter BES

Geldt sinds 10 oktober 2010

Hoogtemeterinstelling 1. Vóór de aanvang van een vlucht wordt elke drukhoogtemeter gecontroleerd op juiste aanwijzing. 2. Vóór het opstijgen wordt tenminste één drukhoogtemeter ingesteld op de QNH van het luchtvaartterrein en wordt de hoogte van het luchtvaartuig uitgedrukt in voeten boven zeeniveau tot en met het bereiken van de overgangshoogte. 3. Bij het tijdens de stijgvlucht passeren van de overgangshoogte wordt tenminste één drukhoogtemeter ingesteld op de drukwaarde van 1013.2 hPa en wordt de hoogte van het luchtvaartuig uitgedrukt in termen van vliegniveau. 4. Bij het tijdens de daalvlucht passeren van het overgangsniveau wordt tenminste één drukhoogtemeter ingesteld op de QNH van het luchtvaartterrein en wordt de hoogte van het luchtvaartuig uitgedrukt in voeten boven zeeniveau

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.