Regeling fosfaatreductieplan 2017

Huidige tekst

Artikel 11 Regeling fosfaatreductieplan 2017

In- en uitscharing

Geldt sinds 1 juni 2017

  1. 1

    Indien een houder aantoont dat hij op 2 juli 2015 runderen had uitgeschaard die tussen 1 januari 2015 en 2 juli 2015 naar een inschaarder zijn gegaan, op 2 juli 2015 door die inschaarder werden gehouden en die uiterlijk op 31 december 2015 zijn teruggekomen op het bedrijf van de houder, kan de minister wanneer hiervoor door de houder uiterlijk voor 15 april 2017 een verzoek is ingediend zijn referentieaantal verhogen in de periode 1 en 5 mits, in het geval de inschaarder producent is van koemelk bestemd voor consumptie of verwerking, deze aantoonbaar instemt met verlaging van zijn referentieaantal in die perioden.

  2. 2

    De verhoging en de verlaging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten hoogste het aantal op 2 juli 2015 uitgeschaarde onderscheidenlijk ingeschaarde runderen.

  3. 3

    Indien het verzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt gehonoreerd, wordt in het geval de houder tevens in 2016 runderen had uitgeschaard het doelstellingsaantal van de houder in de periode 1 en 5 verhoogd en, in het geval de inschaarder producent is van koemelk bestemd voor consumptie of verwerking, het doelstellingsaantal van de inschaarder in die periode verlaagd, met het aantal runderen dat op 1 oktober 2016 was uitgeschaard bij de inschaarder.

  4. 4

    Indien een houder aantoont dat hij geen runderen in 2015 had uitgeschaard maar wel in 2016, kan de minister wanneer hiervoor door de houder uiterlijk voor 15 april 2017 een verzoek is ingediend het doelstellingsaantal van die houder in de periode 1 en 5 verhogen mits, in het geval de inschaarder producent is van koemelk bestemd voor consumptie of verwerking, deze aantoonbaar instemt met verlaging van zijn doelstellingsaantal in die perioden.

  5. 5

    De verhoging en de verlaging, bedoeld in het vierde lid, bedraagt ten hoogste het aantal op 1 oktober 2016 uitgeschaarde onderscheidenlijk ingeschaarde runderen.

  6. 6

    Indien een houder aantoont dat hij in 2015 of 2016 runderen had uitgeschaard en verklaart in 2017 geen runderen uit te scharen, kan de minister wanneer hiervoor door de houder uiterlijk voor 15 april 2017 een verzoek is ingediend: a.zijn referentieaantal verhogen indien hij in 2015 runderen had uitgeschaard mits, in het geval de inschaarder producent is van koemelk bestemd voor consumptie of verwerking, deze aantoonbaar instemt met verlaging van zijn referentieaantal, of b.zijn doelstellingsaantal verhogen indien hij in 2016 runderen had uitgeschaard, mits, in het geval de inschaarder producent is van koemelk bestemd voor consumptie of verwerking, deze instemt met verlaging van zijn doelstellingsaantal.

  7. 7

    Indien het verzoek, bedoeld in het zesde lid, aanhef en onderdeel a, wordt gehonoreerd en de houder, bedoeld in de aanhef van het zesde lid, tevens in 2016 runderen had uitgeschaard, wordt het zesde lid, aanhef en onderdeel b, toegepast.

  8. 8

    De verhoging en de verlaging, bedoeld in: a.het zesde lid, onderdeel a, bedraagt ten hoogste het aantal op 2 juli 2015 uitgeschaarde onderscheidenlijk ingeschaarde runderen; b.het zesde lid, onderdeel b bedraagt ten hoogste het aantal op 1 oktober 2016 uitgeschaarde onderscheidenlijk ingeschaarde runderen.

  9. 9

    Een houder die een verzoek heeft ingediend als bedoeld in het eerste of vierde lid kan voor de toepassing van deze regeling tevens bij de minister voor 20 mei 2017 een verzoek indienen voor berekening van het jongveegetal in de perioden 2, 3 en 4 op de volgende, van artikel 1, eerste lid, onderdeel l, afwijkende berekeningswijze: (het aantal runderen van de houder op 28 april 2017 van 0 tot 1 jaar en van 1 jaar of ouder dat niet heeft gekalfd verminderd met het aantal uitgeschaarde runderen overeenkomstig het tweede lid) gedeeld door het aantal runderen van de houder op 28 april 2017 dat ten minste eenmaal heeft gekalfd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CBB:2019:260College van Beroep voor het bedrijfsleven, 2 juli 2019 (bestuursrecht)

    Meststoffenwet Geen verhoging van het aantal fosfaatrechten op grond van artikel 23, vijfde lid, van de Meststoffenwet (in- en uitscharen). Beroep op art. 1 van het EP onvoldoende onderbouwd. Nemen…

  • ECLI:NL:RBNHO:2018:8921Rechtbank Noord-Holland, 16 oktober 2018 (civiel recht)

    Kort geding tussen melkveehouders op Texel. Toepassing artikel 23 lid 5 Meststoffenwet. Vordering van uitschaarder tot overschrijving van fosfaatrechten naar rato toegewezen. Voorzieningenrechter…

  • ECLI:NL:RBNNE:2018:1150Rechtbank Noord-Nederland, 14 maart 2018 (civiel recht)

    Fosfaatrechten bij inscharing. Ongerechtvaardigde verrijking. Emigratie.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.